Nieuwsbericht

Zware regen Iberisch schiereiland correleert met Noord Atlantische Oscillatie (NAO)

24 oktober 2001

De drukverdeling boven de Noord Atlantische Oceaan wordt gekenmerkt door een dipool: het bekende lagedrukgebied bij IJsland en het Azorenhoog. De variatie in de sterkte van deze drukgebieden blijkt in fase te zijn en wordt de Noord Atlantische Oscillatie (NAO) genoemd. Als indexwordt vaak het drukverschil tussen IJsland (Stykkisholmur) ien de Azoren (of Lissabon) genomen. Als het "IJsland laag" minder diep is, is "Azoren hoog" vaak minder sterk. Dan is het drukverschil dus klein en is de NAO index laag. Als de drukgradiënt groot is, is de NAO index hoog.

De NAO index varieert op de tijdschalen van weken tot interdecaden, periodes van tien jaar. Hoewel de tijdreeks wat kort is, lijkt er een duidelijke dekadale variatie te zijn. Zo was tijdens de jaren 50 en 60 de NAO index laag, in de jaren zeventig en tachtig ging de NAO index flink omhoog en sinds vorig jaar is de NAO index weer gekelderd.

De invloed van de NAO op Europa is groot. Vooral in de wintermaanden is het weer in Europa goed gecorreleerd met de NAO. Simpel gezegd: als de NAO hoogis (sterke drukgradiënt), is er een sterke straalstroom en overheerst zacht weer in Nederland. Als de NAO laag is, is de kans op blokkades groter en kunnen we gaan schaatsen. Ook in de neerslag is er een goede correlatie met NAO. Dit heeft alles te maken met de stormtrack (zeg maar, de straalstroom).

Tijdens een zwakke NAO nemen de stormen een meer zuidelijke route. Het gevolg is dat Noord-Europa relatief droog wordt en Zuid-Europa nat. Denk maar aan de sneeuwval in de Alpen. Die was slecht in de jaren tachtig en begin jaren negentig (de NAO was hoog). Vorig jaar is de NAO index gezakt en berichten van droogte in Noorwegen verschenen in de kranten. Nederland ligt precies op de grens van het natter of droger worden. De neerslag in de Bilt correleert dan ook slecht met de NAO, de temperatuur zeer goed.

Ook in de oceaan is de impact geweldig. Oppervlakte temperaturen reflecteren de dipool. Ook het golfklimaat verandert met de NAO. Dat komt voornamelijk door de toename/afname van het aantal stormen tijdens een hoge/lage NAO. Ook convectie in Noord Atlantische Oceean op de drie belangrijke sites (Sargasso Zee, Labrador Zee en Groenland Zee) is sterk gecorreleerd met NAO. Dit speelt misschien een rol in het genereren van de oscillatie.

Het fysische mechanisme achter NAO is nog onduidelijk. Er wordt recentelijk veel onderzoek naar verricht, ook op het KNMI. Het gaat om modellenonderzoek en er wordt onder meer gekeken naar de invloed van NAO op de convectie in de Noord Atlantische Oceaan. Door Wilco Hazeleger, Oceanografisch Onderzoek

Recente nieuwsberichten

  1. Toename luchtvervuiling na opheffen lockdown

    De quarantainemaatregelen om het coronavirus te beheersen hebben geleid tot een sterke afname van...

    18 september 2020 - Nieuwsbericht
  2. 35 jaar bescherming van de ozonlaag

    Op Wereld Ozondag, 16 september, wordt wereldwijd stil gestaan bij de internationale afspraken di...

    16 september 2020 - Nieuwsbericht
  3. Het noordpoolgebied staat in brand

    De natuurbranden in het Arctische gebied deze zomer waren zeer uitgebreid en intens, vooral in Si...

    15 september 2020 - Nieuwsbericht
  4. Bovengemiddeld warm 2020 verwacht ondanks La Niña

    Tussen september en november is er 60 procent kans op de ontwikkeling van een zwakke La Niña. Dit...

    09 september 2020 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten