Achtergrond

Achtergrondinformatie klimaatdashboard

Het klimaatdashboard is te vinden via knmi.nl/klimaatdashboard

Het klimaatdashboard van het KNMI omvat een groot aantal grafieken met daarin de trend, de verwachting en de verschillende klimaatscenario's voor de toekomst voor de variabelen:

  • Gemiddelde temperatuur
  • Neerslaghoeveelheid
  • Nat/droog (SPEI)

De grafieken worden dagelijks tussen 10.00 en 14.00 uur geactualiseerd. De publicatiedatum staat boven de grafiek. In een grafiek worden de data tot en met de voorafgaande dag meegenomen.   

De grafieken worden gepubliceerd voor het jaar en voor de vier seizoenen. De seizoenen zijn volgens de klimatologische indeling gedefinieerd:

  • winter: december t/m februari
  • lente: maart t/m mei
  • zomer: juni t/m augustus
  • herfst: september t/m november

Het klimaatdashboard wordt in 2022 uitgebreid met meerdere variabelen, zoals bijvoorbeeld zonnestraling, zeespiegelstijging, neerslagtekort en wind.

De drie onderdelen van een dashboardgrafiek lichten we nader toe aan de hand van de grafiek van de gemiddelde jaartemperatuur op 28 september 2021.

Waarnemingen 

De zwarte lijn laat zien dat de waargenomen gemiddelde jaartemperatuur ieder jaar fluctueert: we zien pieken én dalen. Maar de langetermijn trend (donkerblauwe lijn) in deze metingen gaat omhoog. De gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt is tussen 1901 en 2020 met ruim 2 °C gestegen.

Daarnaast zien we dat de ‘normaal’ – het dertigjarig gemiddelde – (lichtblauwe horizontale lijnen) in de loop der tijd steeds verder omhoog is gegaan: wat we vroeger normaal vonden, is dat nu niet meer. In het klimaatdashboard worden de normalen voor de perioden 1901-1930, 1931-1960, 1961-1990 en 1991-2020 getoond. De normalen voor de periode 1991-2020 gebruiken we als maat voor ‘het huidige klimaat’.

Verwachting

Het rode bolletje geeft een verwachting voor de gemiddelde jaartemperatuur. Deze verwachting is gebaseerd op:

  • de metingen die al gedaan zijn in het huidige jaar (tot en met gisteren);
  • de weersverwachtingen (vanaf vandaag tot vijftien dagen vooruit);
  • de meetgegevens van voorgaande jaren.

De rode streep, met het bolletje in het midden, geeft de onzekerheid weer. In het begin van het jaar is de verwachting nog onzeker, omdat deze dan nog grotendeels op de meetgegevens van voorgaande jaren is gebaseerd. De verwachting wordt minder onzeker aan het eind van het jaar, omdat dan steeds duidelijker wordt hoe het jaar ten opzichte van voorgaande jaren uit zal vallen. De lengte van de rode streep wordt daarom naar het einde van het jaar toe steeds kleiner.

Wat is normaal rond 2050 en 2085?

De gekleurde horizontale lijnen geven de toekomstige normaal (het dertigjarig gemiddelde) rond 2050 en 2085 weer, volgens de vier KNMI’14-klimaatscenario’s. Ieder scenario heeft een eigen kleur en naam:

  • WH-scenario: sterke temperatuurstijging (warm), sterke verandering luchtstromen
  • WL-scenario: sterke temperatuurstijging (warm), weinig verandering luchtstromen
  • GH-scenario: gematigde temperatuurstijging, sterke verandering luchtstromen
  • GL-scenario: gematigde temperatuurstijging, weinig verandering luchtstromen

Uit de grafiek van de gemiddelde jaartemperatuur is af te lezen dat deze volgens de KNMI’14-scenario’s rond 2050 tussen de 11,1 en 12,4 °C ligt en rond 2085 tussen de 11,4 en 13,8 °C.

De grijze banden om de scenario’s heen geven aan hoe groot de natuurlijke variatie is van het gemiddelde over 30 jaar. Daarvoor is niet naar de natuurlijke variatie op een specifieke locatie gekeken, maar wordt uitgegaan van een landelijk gemiddelde.

In het Klimaatsignaal’21 zijn de laatste inzichten op het gebied van klimaatverandering kwalitatief beschreven.

In 2023 worden de KNMI’14-scenario’s vervangen door de KNMI’23-klimaatscenario’s.

Weerstations

De temperatuur dashboardgrafieken zijn voor de volgende automatische weerstations van het KNMI beschikbaar (vanaf 1901):

  • De Bilt (260_H)
  • Eelde (280_H) (in menu ‘Groningen’)
  • Vlissingen (310_H)
  • Maastricht (380_H)
  • De Kooy (235_H) (in menu ‘Den Helder’)

Het landelijk gemiddelde voor temperatuur is gebaseerd op het gemiddelde van deze vijf stations.

De neerslag dashboardgrafieken zijn voor de volgende KNMI-neerslagstations beschikbaar (vanaf 1906):

  • De Bilt (550_N)
  • Groningen (139_N)
  • Kerkwerve (737_N) (in menu ‘Vlissingen’)
  • De Kooy (25_N) (t/m 1971: Den Helder (9_N)) (in menu ‘Den Helder’)
  • Roermond (961_N) 

Het landelijk gemiddelde voor neerslag is gebaseerd op de volgende 13 neerslagstations: De Bilt (550_N), De Kooy (25_N) (t/m 1971: Den Helder (9_N)), Groningen (139_N), Heerde (328_N), Hoofddorp (438_N), Hoorn (222_N), Kerkwerve (737_N), Oudenbosch (828_N), Roermond (961_N), Ter Apel (144_N), West-Terschelling (11_N), Westdorpe (770_N) (t/m 1995 Axel (745_N)) en Winterswijk (666_N).

De nat/droog (SPEI) dashboardgrafieken zijn alleen voor het landelijk gemiddelde beschikbaar, gebaseerd op:

  • Het gemiddelde van de hoeveelheid neerslag op de bovengenoemde 13 KNMI-neerslagstations (sinds 1957);
  • Het gemiddelde van de hoeveelheid straling op 13 automatische weerstations van het KNMI nabij de 13 neerslagstations: De Bilt (260_H), De Kooy (235_H), Eelde (280_H), Heino (278_H), Schiphol (240_H), Berkhout (249_H), Vlissingen (310_H), Eindhoven (370_H), Ell (377_H), Nieuw Beerta (286_H), Hoorn Terschelling (251_H), Westdorpe (319_H) en Hupsel (283_H).

Wat betekent de index ‘nat/droog’ (SPEI)?

De Standardized Precipitation-Evapotranspiration Index (SPEI) wordt gebruikt om zowel natte als droge omstandigheden te monitoren. De SPEI vergelijkt de waterbalans (het verschil tussen de hoeveelheid regen die is gevallen en de potentiële verdamping) met wat er normaal in het jaar of seizoen mag worden verwacht (met ‘normaal’ wordt hier bedoeld: gemiddeld in de periode 1965-2020). SPEI is een grootheid zonder eenheid, een maat voor abnormaliteit. De SPEI voor het jaargemiddelde is gebaseerd op de SPEI-12 op 31 december; De SPEI voor de seizoenen is gebaseerd op de SPEI-3 op de laatste dag van het seizoen.

Meer lezen over de index ‘nat/droog’ (SPEI) 

Het SPEI-dashboard lichten we nader toe aan de hand van het klimaatdashboardgrafiek voor de lente.

De variatie in de SPEI tussen de lentes (de zwarte lijn) is groot: we zien afwisselend van jaar tot jaar zowel extreem natte als extreem droge lentes en alles wat daar tussen zit.

De blauwe lijn laat vanaf 1990 een trend richting drogere lentes zien.

Opvallend is dat de lentes van 2018 en 2019 als iets onder ‘normaal’ scoren. Het waren vooral de zomers van deze jaren die uitzonderlijk droog waren. Terwijl voor 2020 juist de lente extreem droog was en de zomer normaal. 

De gekleurde lijnen geven de toekomstige normaal (het dertigjarig gemiddelde) rond 2050 en 2085 weer, volgens de vier KNMI’14-klimaatscenario’s. In het Klimaatsignaal’21 zijn de laatste inzichten op het gebied van klimaatverandering kwalitatief beschreven. In 2023 worden de KNMI’14-scenario’s vervangen door de KNMI’23-klimaatscenario’s

Niet gevonden wat u zocht? Zoek meer achtergrond artikelen