Bij een zicht van minder dan 400 meter kan het verkeer er last van krijgen. Dichte mist met een zicht van minder dan 200 meter is gevaarlijk. Zeer dichte mist met een zicht van minder dan 50 meter dwingt tot stapvoets rijden.
Rijd langzamer en houd grotere afstand tot andere weggebruikers.
Doe de juiste autolichten aan: mistlampen voor (bij minder dan 200 meter zicht), ook mistlampen achter (bij minder dan 50 meter zicht).
Houd rekening met vertragingen op de weg.
Er is kans op gevaarlijke situaties, bijvoorbeeld omdat de weg opeens slecht te zien is.
Stel je reis uit als het kan.
Houd rekening met vertragingen op de weg.
Er is grote kans op gevaarlijke situaties op de weg.
Ga niet op reis.
Het is heel gevaarlijk op de weg omdat je bijna niets ziet.
Het KNMI kan waarschuwen voor dichte mist aan de hand van meteorologische richtlijnen en impact. Bij alle waarschuwingen is de verwachte impact leidend. De mate waarin het weer een risico is, bepaalt of het KNMI code geel, oranje of rood uitgeeft. Lees meer over hoe de waarschuwingen van het KNMI tot stand komen. Ook interessant: waarom waarschuwt het KNMI en wat betekenen de kleurcodes?
| Code geel | Code oranje en code rood |
|
Minder dan 200 meter zicht |
Minder dan 10 meter zicht |
Mist is beperking van het zicht door kleine in de lucht zwevende waterdruppeltjes. Bij mist is het zicht aan het aardoppervlak minder dan 1000 meter. Bij een zicht van minder dan 400 meter kan het verkeer er last van krijgen. Dichte mist met een zicht van minder dan 200 meter is gevaarlijk. Zeer dichte mist met een zicht van minder dan 50 meter dwingt tot stapvoets rijden.
Als warme, vochtige lucht over een kouder oppervlak stroomt, kan advectieve mist ontstaan. De warme lucht mengt met de koude lucht en koelt af. Daalt de temperatuur tot het dauwpunt, dan ontstaan dauwdruppeltjes in de met water verzadigde lucht. Deze condensatie veroorzaakt mist.
Stralingsmist ontstaat tijdens heldere nachten. Door uitstraling verliest de grond zijn warmte. De lucht erboven koelt af en raakt verzadigd met water. Zo ontstaat mist. Is het windstil, dan slaat het vocht neer als dauw. In de winter duurt nachtelijke uitstraling lang en kan een hardnekkige mistlaag ontstaan. 's Zomers lost stralingsmist na zonsopkomst snel op.
Er is sprake van een mistdag als er op die dag in een uurvak een zicht van minder dan 1000 meter wordt waargenomen, ongeacht de duur. Het gemiddelde aantal mistdagen per jaar loopt uiteen tussen de 40 en 90.
Het aantal mistdagen neemt de laatste decennia sterk af. Eén van de oorzaken is een toename van westenwinden in de winter. Een andere oorzaak is dat de lucht schoner is geworden. Sinds de jaren tachtig bevat de lucht minder zwevende deeltjes. Waterdruppeltjes zetten zich daarop af.