Bij onweersbuien kunnen windstoten, zware regen of hagel voorkomen. Onweer kan ook samengaan met valwinden en windhozen.
Onweer kan samengaan met veel regen, hagel, plotselinge windstoten en blikseminslag. Hierdoor kan er schade of overlast zijn.
Onweersbuien zijn vooral gevaarlijk bij buitenactiviteiten zoals (water)sport en evenementen.
Blijf uit de buurt van open water en open velden.
Schuil tijdens onweer niet onder bomen en ga naar binnen.
Onweer kan samengaan met veel regen, grote hagelstenen, zware windstoten en blikseminslag. Hierdoor kan er schade of overlast zijn.
Stel je reis uit als het kan. En ga niet het water op.
Zware onweersbuien zijn gevaarlijk voor al het verkeer. Zeker voor fietsers, vrachtwagens en auto's met aanhanger of caravan.
Schuil tijdens onweer niet onder bomen en ga naar binnen.
Blijf binnen.
Er is grote kans op overlast, schade en ongelukken door zware regen, grote hagelstenen, zeer zware windstoten en blikseminslag.
Zware onweersbuien zijn gevaarlijk voor al het verkeer. Zeker voor fietsers, vrachtwagens en auto's met aanhanger of caravan.
Volg opdrachten op van de overheid en hulpdiensten.
Het KNMI kan waarschuwen voor onweersbuien aan de hand van meteorologische richtlijnen en impact. Bij alle waarschuwingen is de verwachte impact leidend. De mate waarin het weer een risico is, bepaalt of het KNMI code geel, oranje of rood uitgeeft. Lees meer over hoe de waarschuwingen van het KNMI tot stand komen. Ook interessant: waarom waarschuwt het KNMI en wat betekenen de kleurcodes?
| Code geel | Code oranje en code rood |
|
Plaatselijke onweersbuien met plaatselijk één of meer van de volgende verschijnselen:
|
Georganiseerde onweersbuien met plaatselijk één of meer van de volgende verschijnselen:
|
Onweer ontstaat door wrijving tussen sterk stijgende warme lucht en sterk dalende koude lucht. In onweerswolken stromen sterk stijgende warme lucht en sterk dalende koude lucht vlak langs elkaar met snelheden van maximaal honderd kilometer per uur. Met die stromingen worden ook elektrisch geladen deeltjes meegevoerd, waardoor de wolk als een enorme condensator wordt opgeladen. Daardoor worden ontladingen mogelijk tussen de wolk en andere wolken of tussen de wolk en de aarde. Dit leidt tot bliksem en donder.
Bliksem is een elektrische ontlading tussen een wolk en de grond of tussen twee wolken. Een bliksem van een wolk naar de grond wordt verticale ontlading genoemd, van wolk naar wolk horizontale ontlading. Een ontlading ontstaat bij een groot ladingsverschil dat wordt veroorzaakt door stijgende en dalende bewegingen in de wolk.
Donder wordt veroorzaakt doordat de lucht die direct grenst aan de bliksemschicht plotseling zeer sterk wordt verwarmd en daardoor zeer snel uitzet. Deze uitzetting veroorzaakt een geluidsgolf. Het geluid van de donder legt in drie seconden een afstand van ongeveer één kilometer af. Het tijdsverschil tussen bliksem en donder geeft een indicatie voor de afstand tot het onweer.
Zware onweersbuien ontstaan in een vochtig overgangsgebied van zeer warm (tropisch) naar veel kouder weer. Tijdens zo'n bui kan de temperatuur in minder dan een half uur 10 tot 15 graden dalen. De buien worden het hevigst als er op grote hoogte in de atmosfeer een zeer sterke wind staat (straalstroom).
De buienwolken kunnen uitgroeien tot ongeveer 15 kilometer hoogte. Ze bevatten een enorme hoeveelheid onderkoeld water en op grote hoogte ijskristallen. Ze kunnen dus veel neerslag opleveren. Sommige buien leveren meer dan 10 millimeter in een half uur op.
In zo'n wolkencomplex met sterk stijgende en dalende luchtstromingen hebben de druppels een lange weg te gaan voor ze het aardoppervlak bereiken. Daardoor kunnen ze alsmaar groter worden en dat verklaart de flinke druppels of hagelstenen die uit een zware bui vallen. Zware onweersbuien kunnen hagelstenen zo groot als tennisballen produceren.
Buien groeperen zich vaak langs lijnen, die worden voorafgegaan door windstoten. Het gevaarlijke weer is in de lucht te herkennen aan buidelvormige wolken aan de rand van het buiengebied. De wind kan al opsteken als de eigenlijke bui nog tientallen kilometers verwijderd is. Dit is zeer verraderlijk.
Bijzonder zware buien worden soms voorafgegaan door een rolwolk. Ook overdag kan het dan aardedonker worden. Een rolwolk wordt vergezeld door enorme en plotselinge windstoten van soms 100 tot 150 kilometer per uur.
Onweer kan ook samengaan met valwinden en windhozen. Maar meestal blijft het bij een begin van hoosvorming in de lucht. Reikt de slurf wel tot de grond, dan is schade onvermijdelijk.