Om de verwachting en analyse van reactieve gassen, zoals ozon en stikstofdioxide, nog beter te beschrijven zal binnen het Europese milieuprogramma Copernicus verder gespecialiseerd onderzoek plaatsvinden. Het KNMI coördineert hiervoor gedurende drie jaar een internationaal team van wetenschappers op dit gebied, als onderdeel van de Copernicus Atmosphere Monitoring Service (CAMS).
De nadruk ligt op onderzoek naar verbindingen tussen verschillende bijdrages aan luchtvervuiling, zoals de interactie met fijnstof, de bijdrage vanuit de stratosfeer en de invloed van het type landschap op mondiale luchtvervuiling.
Luchtvervuiling wordt beïnvloed door lokale, regionale en globale bijdrages. Dagelijkse verwachtingen van de atmosferische samenstelling worden daarom gegenereerd op basis van een cascade aan modellen. Om een goede beschrijving te krijgen van de huidige samenstelling van de atmosfeer levert het KNMI satellietmetingen van onder andere ozon en stikstofdioxide op basis van metingen van het satellietinstrument OMI, en in de nabije toekomst ook van de opvolger TROPOMI. Samen met metingen van andere reactieve stoffen, fijnstof en detectie van grootschalige branden wordt dit gecombineerd in een mondiaal model dat aan de basis staat van CAMS. CAMS is een vrij beschikbare dienst waarmee dagelijkse analyses en verwachtingen worden gemaakt van luchtvervuiling op wereldwijde schaal, maar ook van de ozonlaag of bijvoorbeeld van stofstormen.
Het KNMI coördineert verder onderzoek naar mondiale verwachtingen van luchtvervuiling
Dit is vergelijkbaar met de normale dagelijkse weersverwachting. Deze verwachtingen kunnen vervolgens gebruikt worden als input voor de smogverwachting in afzonderlijke steden of de hoeveelheid fijnstof in de lucht, van belang voor de opwekking van zonne-energie. Vincent Huijnen, klimaatwetenschapper KNMI: “Op deze manier verstevigt het KNMI zich als een instituut dat in het hart van een efficiënte Europese samenwerking staat op de gebieden van metingen en modellen, van luchtvervuiling en klimaat.”
Met het CAMS-systeem kan, bijvoorbeeld, ook een berekening gemaakt worden van bijdrage in de wereldwijde toename in broeikasgassen van de branden in Indonesië van het afgelopen jaar.
In dit project werkt het KNMI samen met Belgisch Instituut voor Ruimte-Aeronomie, Centre national de recherches météorologiques, Max-Planck-Institut für Meteorologie, Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt, Centre Européen de Recherche et de Formation Avancée en Calcul Scientifique en Max-Planck-Institut für Chemie.
In Nederland kennen we geen nat en droog seizoen, het regent verspreid over het hele jaar. Maar w...
25 maart 2026 - KlimaatberichtHet monitoren van de twee belangrijkste spelers in de stikstofproblematiek, de gassen ammoniak (N...
24 maart 2026 - Klimaatbericht“Vandaag waarnemen, morgen beschermen.” Dat is het thema van de Wereld Meteorologische Dag 2026, ...
23 maart 2026 - NieuwsberichtSinds enkele decennia neemt de totale ijsmassa van Antarctica sterk af. Dit komt voornamelijk doo...
19 maart 2026 - Klimaatbericht