Het warmtegetal is een cijfer waarmee het KNMI aangeeft hoeveel zomerwarmte een bepaalde periode heeft opgeleverd — een soort "rapportcijfer" voor de warmte van het zomerhalfjaar. Het warmtegetal neemt versneld toe met de zomergemiddelde temperatuur. Wel is het zo dat bij jaren met dezelfde zomergemiddelde temperatuur het warmtegetal sterk kan verschillen. Door de opwarming van de aarde is het warmtegetal tegenwoordig al drie keer zo hoog als begin vorige eeuw.
Het warmtegetal is een maat voor de hoeveelheid warmte in het zomerhalfjaar (de maanden april tot en met oktober). Van alle dagen in die periode wordt het aantal graden dat de etmaalgemiddelde temperatuur boven 18 graden uitkomt bij elkaar opgeteld. De grens van 18 graden is niet willekeurig: een dag met een etmaalgemiddelde temperatuur van minstens 18 graden wordt als vrij warm of warm ervaren, dus die drempel geeft een representatief beeld van hoeveel warmte mensen daadwerkelijk ervaren.
Een dag met een gemiddelde temperatuur van 20,5 graden draagt dus 2,5 bij aan het warmtegetal. Dagen onder de 18 graden dragen niet bij. Bij een etmaalgemiddelde temperatuur van 18 graden is de hoogste temperatuur overdag gemiddeld ongeveer 23 graden, met uitschieters omlaag tot 19 graden en omhoog tot 29 graden. De etmaalgemiddelde temperatuur in De Bilt was het vroegst in het jaar boven de 18 graden op 14 april 2007, en het laatst in het jaar op 16 oktober 2017.
Bij jaren met dezelfde zomergemiddelde temperatuur kan het warmtegetal sterk verschillen (afbeelding 1). Zo hebben bijvoorbeeld de zomers van 2021 en 2024 beide een gemiddelde temperatuur van 17,7 graden, maar is in 2021 het warmtegetal 59 terwijl in 2014 het warmtegetal 127 is, dus meer dan twee keer zo groot. Het warmtegetal is een betere maat voor warmteproductie dan de zomergemiddelde temperatuur, omdat in het warmtegetal, anders dan in de gemiddelde temperatuur, een zeer koele periode een zeer warme niet kan compenseren.
Het warmtegetal neemt versneld toe met de gemiddelde zomertemperatuur (afbeelding 1). Dat komt vooral doordat bij een hogere zomertemperatuur er meer dagen boven de 18 graden zijn (afbeelding 2), en ook doordat de temperatuur op die dagen gemiddeld hoger ligt (afbeelding 3).
Het warmtegetal in De Bilt is toegenomen van ongeveer 35 begin vorige eeuw tot ruim 100 in recente jaren - een verdrievoudiging (afbeelding 4). Volgens de KNMI’23-klimaatscenario’s neemt het warmtegetal komende decennia verder toe. Bij lage uitstoot van broeikasgassen neemt het warmtegetal tot 2100 toe tot ongeveer 150, bij hoge uitstoot kan het meer dan 500 worden. De praktijk ligt daar waarschijnlijk tussenin. Al komen er in de klimaatscenario’s rond 2100 ook enkele dagen boven de 18 graden voor buiten de maanden april tot en met oktober, die hier niet zijn meegeteld.
Afbeelding 4. Warmtegetal in De Bilt, metingen voor de periode 1901-2025 en KNMI’23-klimaatscenario’s voor 2050 en 2100. ©KNMI
De Rijnafvoer bij Lobith is begin augustus uitzonderlijk laag. Op 6 augustus 2026 bedroeg de afvo...
07 augustus 2026 - KlimaatberichtNederland heeft steeds vaker te maken met tropische dagen en hittegolven. Om de opeenstapeling va...
05 augustus 2026 - KlimaatberichtEr zijn nog belangrijke hiaten in onze kennis over hoeveel CO2 waar precies wordt uitgestoten. In...
03 augustus 2026 - KlimaatberichtJuli was een zeer droge maand, met gemiddeld over het land slechts 13 millimeter neerslag (tegen ...
31 juli 2026 - Nieuwsbericht