Uit waarnemingen blijkt dat de hoeveelheid ozon en het klimaat significant zijn veranderd. De bijdrage van ozon aan het versterkte broeikaseffect wordt steeds belangrijker. Deze veranderingen vertonen een sterke samenhang. De interactie is echter zeer ingewikkeld en wordt slechts ten dele begrepen. Dat maakt voorspellingen over het herstel van de ozonlaag nog onzeker.
Dat is de belangrijkste conclusie uit een Europees onderzoeksrapport over de relatie tussen ozon en klimaatverandering. Dit rapport is opgesteld in opdracht van het Directoraat-Generaal voor Onderzoek, Milieu en duurzame ontwikkeling van de Europese Commissie (DG12). Het rapport is het eerste in zijn soort: in recent wetenschappelijk onderzoek is het verband tussen de ozonlaag en klimaatverandering wel aangestipt maar een uitgebreid wetenschappelijk overzicht ontbrak nog. Het KNMI is een van de hoofdauteurs en speelde een belangrijke rol in het totstandkomen van het rapport.
Uit het rapport blijkt dat de mondiale jaargemiddelde ozonconcentratie in de troposfeer op leefniveau vanaf de pré-industriële tijd door menselijk handelen met meer dan 30% is toegenomen. Door de verwachte economische groei en bevolkingstoename zal deze ozonconcentratie verder toenemen. De verwachting is dat ozon in de tweede helft van deze eeuw na CO2 en waterdamp het belangrijkste broeikasgas zal zijn. Op grotere hoogte, waar zich de ozonlaag bevindt, wordt onder invloed van CFK's (chloorfluorkoolstoffen) juist ozon afgebroken. Door de wereldwijde productiestop van CFK's zal de ozonlaag herstellen. De verandering van het klimaat beïnvloedt dat proces. De huidige modelberekeningen zijn echter onzeker en er bestaat geen consensus of de klimaatverandering het verwachte herstel van de ozonlaag vertraagt of versnelt.
Verder zijn er aanwijzingen dat de afbraak van de ozonlaag het weer op regionale schaal beïnvloedt en daarmee een bijdrage levert aan het broeikaseffect. Die conclusie uit het rapport sluit aan bij de recent verschenen Klimaatrapportage van het KNMI. In dat rapport wordt gesteld dat de toename van westenwinden samenhangen met de afbraak van de ozonlaag. Daarmee kan de helft van de temperatuurtoename in Nederland worden verklaard.
Ten slotte toont een combinatie van metingen en berekeningen aan dat de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) aan het aardoppervlak in de afgelopen 20 jaar met 6 tot 14% is toegenomen. Op sommige meetlocaties is vastgesteld dat de helft van deze toename het gevolg is van afbraak van de ozonlaag. UV is overwegend schadelijk voor de biosfeer (mensen, dieren en vegetatie) en is cruciaal voor de vorming van ozon in de troposfeer.
Contactpersonen ozonrapport:
Dr. G. Amanatidis
European Commission
Directorate-General for Research
Unit 1.2 Environment: Global Change
Dr. Bram Bregman
KNMI
Atmospheric Composition Research Division
Climate Research and Seismology Department
PO Box 201
3730 AE De Bilt
De Thwaites gletsjer op West-Antarctica is de snelst krimpende gletsjer op Antarctica. Voor het e...
13 februari 2026 - KlimaatberichtVorst in combinatie met een ijskoude wind: we hebben het allemaal wel eens ervaren. Op deze momen...
11 februari 2026 - KlimaatberichtDe afgelopen drie jaren waren uitzonderlijk warm. Nieuw onderzoek laat beter zien waarom deze jar...
04 februari 2026 - KlimaatberichtDinsdag en woensdag grote kans op gladheid door ijzel, vooral in het noorden.
02 februari 2026 - Liveblog