Omslag Weerspiegeld
Uitgeverij Van Wijnen

Historische metingen zijn nu goud waard

17 maart 2022

Metingen over langere tijd zijn onontbeerlijk om vast te stellen of het klimaat verandert. Maar meten met instrumenten doen we nog maar betrekkelijk kort. Met alle weergegevens waarover we tegenwoordig beschikken, is het nauwelijks voor te stellen dat vertrouwde instrumenten zoals thermometer en barometer 500 jaar geleden nog niet bestonden. Nadat halverwege de zeventiende eeuw de eerste weermetingen plaatsvonden drong al snel het besef door dat je dat volgens bepaalde richtlijnen moet doen.

Fahrenheit uitvinder kwikthermometer 

Van groot belang is de nauwkeurigheid van de metingen en een handige schaal. Gabriel Fahrenheit (1686-1736) maakte begin achttiende eeuw in Amsterdam de eerste kwikthermometers. Hij zette 0 graden in een mengsel van ijs, water en salmiak, 32 bij het vriespunt en 96 was de lichaamstemperatuur van een gezond mens. De kwikthermometer maakte nauwkeurige temperatuurmetingen mogelijk (figuur 1). 

Nederland was dankzij waterbouwkundige Nicolaus Cruquius (1678-1754) waarschijnlijk het eerste land waar dagelijks temperatuur en neerslag werden opgetekend. Cruquius was overtuigd van het nut van zijn waarnemingen ter bescherming tegen het dreigende geweld van zee, storm en regen. Hij vroeg de regering om financiële steun maar dat werd niet gehonoreerd.  

Ontstaan van lange meetreeksen 

De waarnemingen waarmee Cruquius was begonnen werden voortgezet op Huize Swanenburgh in het Noord-Hollandse Halfweg, waar opzieners van de waterstaat het weer bijna anderhalve eeuw rapporteerden.  

Ondertussen was Nederland weer een meteorologische pionier rijker: Buys Ballot (1817-1890). Ruim een eeuw na Cruquius had hij wel succes met zijn aanvraag voor financiële steun. Dat leidde in 1854 tot de oprichting van het KNMI bij sterrenwacht Sonnenborgh in Utrecht. Op initiatief van Buys Ballot werden meetreeksen opgestart die van groot belang zijn voor klimaatonderzoek.  

Historische metingen tonen klimaatverandering 

Om uit historische metingen conclusies te kunnen trekken over mogelijke klimaatverandering, is het nodig eerst de meetreeksen te onderzoeken op inhomogeniteiten. Dit zijn variaties in de gemeten waardes die niet ontstaan zijn door variaties in het klimaat maar bijvoorbeeld door verplaatsing of vervanging van het meetinstrument. Inmiddels zijn veel historische reeksen als datasets beschikbaar waarin zo goed mogelijk gecorrigeerd is voor inhomogeniteiten. Zodoende is nu over ruim drie eeuwen het verloop van de temperatuur te volgen (figuur 2).  

Klimaatvariaties uit alternatieve waarneemreeksen 

Naast de instrumentele waarnemingen bestaan er tal van waarneemreeksen waaruit veranderingen van het klimaat kunnen worden afgeleid, zoals van wijnoogsten. De kwaliteit van de druiven en ook de hoeveelheid en de oogstdatum hangen samen met het weer. Een goede oogst is het gevolg van gunstig weer. Informatie over het karakter van vroegere winters kan worden afgeleid uit meetreeksen van ijsdiktes en de lengte van de periodes waarop de trekvaart tussen Amsterdam, Haarlem en Leiden door ijsgang niet kon varen.  

Satellietmetingen brengen klimaatverandering in kaart 

De laatste decennia komen met name dankzij satellieten nieuwe meetreeksen beschikbaar met metingen van onder meer de samenstelling van de atmosfeer, zeewatertemperaturen, zeeijs en de zeespiegelstijging. Ze zijn nog relatief kort maar geven een vollediger beeld van de klimaatverandering in het recente verleden. De meetreeksen die onze voorouders 300 jaar geleden in gang hebben gezet, komen tegenwoordig goed van pas om de veranderingen van het klimaat in het verdere verleden in kaart te brengen. 

KNMI-klimaatbericht door Harry Geurts 

De informatie uit dit klimaatbericht is afkomstig uit het boek Weerspiegeld. Het weer nader verklaard dat vandaag verschijnt. 

Thermometrum
Figuur 1. Thermometrum, door Jacobus Harrewijn (1660-1727), ets met de dagen, de maanden, de seizoenen, hemellichamen, elementen en allerlei personificaties, gegroepeerd rond een grote thermometer. Bron: Rijksmuseum
Labrijnreeks
Figuur 2. Jaargemiddelde temperatuur Nederland 1706-2021. Labrijnreeks: Delft/Rijnsburg (1706-1734), Zwanenburg (1735-1800 & 1811-1848), Haarlem (1801-1810), Utrecht (1849-1897), De Bilt (vanaf 1898). ©KNMI
Lithographie Buys Ballot
Figuur 3. Johan Braakensiek (1858-1940), portret van Christophorus Buys Ballot in een cirkel. Boven afgebeeld de Sonnenborgh. Onder de Oudegracht in Utrecht met zicht op stadhuis en Domtoren. Bron: Rijksmuseum

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Vijf jaar aan satellietdata van Tropomi

    Satellietinstrument Tropomi bekijkt al vijf jaar de aarde vanuit de ruimte. Het Nederlandse instr...

    30 september 2022 - Klimaatbericht
  2. Klimaat penalty: slechtere luchtkwaliteit door klimaatverandering

    Door klimaatverandering kan de luchtkwaliteit in landen met veel uitstoot van CO2 verder verslech...

    29 september 2022 - Klimaatbericht
  3. Het regent niet vaker, wel harder

    In de afgelopen zestig jaar is de hoeveelheid neerslag met 9% toegenomen. Het is niet vaker gaan ...

    27 september 2022 - Klimaatbericht
  4. Kopzorgen van het weer

    Een nat pak of tegen de wind in trappen. Het zijn fysieke ongemakken waar we na een lange, droge ...

    20 september 2022 - Klimaatbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten