Persbericht

Nieuwe schatting menselijke invloed op mondiale klimaat

22 oktober 1999

Uit onderzoek op het KNMI blijkt dat de menselijke invloed op de wereldgemiddelde temperatuur sinds halverwege de negentiende eeuw geschat kan worden op circa +0,4 graden met een marge van ±0,2 graden van de totale opwarming van 0,3 tot 0,6 graden. Het grootste deel van die opwarming door de mens vond de laatste dertig jaar plaats. Dat is één van de conclusies in het proefschrift "Radiation and Climate" waarop onderzoeker Rob van Dorland op 15 november aan de Universiteit Utrecht is gepromoveerd.

De versterking van het broeikaseffect ten gevolge van de uitstoot van broeikasgassen, met name CO2, geniet de belangstelling van de wetenschap en de politiek. Centraal staat daarbij de vraag in hoeverre activiteiten van de mens hebben bijgedragen aan de waargenomen mondiale temperatuur. Kennis hierover is van belang voor schattingen van de menselijke invloed op het klimaat in de volgende eeuw.

Invloed zonne-activiteit en vulkaanuitbarstingen
Veranderingen in de samenstelling van de atmosfeer leiden tot verstoringen in de stralingsbalans van het klimaatsysteem. Er zijn sterke aanwijzingen voor een éénduidig verband tussen verstoringen hoog in de atmosfeer (stralingsforcering) en veranderingen in temperatuur bij het aardoppervlak op mondiale schaal. Het proefschrift gaat daarom nader in op atmosferische straling en de veranderingen daarin gedurende de laatste anderhalve eeuw. Naast effecten door industriële activiteiten worden ook natuurlijke mechanismen beschouwd, zoals de gevolgen van grote vulkaanuitbarstingen met een koelend effect en mogelijke effecten door variaties in zonne-activiteit. Sinds 1979 zijn er nauwkeurige waarnemingen waaruit blijkt dat de intensiteit van de zonnestraling in de pas loopt met een 11-jarige cyclus van zonne-activiteit. In de temperatuurgegevens zijn de 11-jarige variaties echter nauwelijks terug te vinden. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor langzame variaties in zonne-activiteit, die wel een merkbare invloed op het klimaat hebben en mogelijk hebben bijgedragen aan de opwarming in de eerste helft van de twintigste eeuw. Verder wordt een schatting gegeven van het koelend effect van sulfaataërosolen in de nabijheid van industriële gebieden, een grote onbekende in de menselijke invloed op het klimaat.

Mechanisme achter het broeikaseffect
Het proefschrift gaat uitvoerig in op het mechanisme van het (versterkte) broeikaseffect. Verkeerde interpretaties van dit mechanisme hebben in het verleden regelmatig geleid tot twijfels over de menselijke invloed op het klimaat. Uit het onderzoek blijkt dat een toename van CO2 een dominante bijdrage levert aan de stralingsforcering. Tenslotte wordt aannemelijk gemaakt dat wereldgemiddeld elke toename van een willekeurig broeikasgas leidt tot een verwarming van het aardoppervlak. 

Recente nieuwsberichten

  1. Amerikaanse prijs voor team satellietinstrument OMI

    NASA en de United States Geological Survey (USGS) kennen het succesvolle OMI-satellietproject de ...

    17 april 2019 - Persbericht
  2. Overstromingen Bangladesh nog niet te wijten aan klimaatverandering

    Hangen extreme gebeurtenissen samen met klimaatverandering? Een belangrijke vraag waar ook het KN...

    16 april 2019 - Persbericht
  3. Zwaar cycloonseizoen Indische Oceaan

    In de zuidwestelijke Indische Oceaan hebben zich in dit seizoen negen zware tropische cyclonen on...

    09 april 2019 - Persbericht
  4. Temperatuursprongen

    Wel of geen winterjas aan naar buiten, de laatste weken is er geen peil op te trekken. Bleef vori...

    05 april 2019 - Persbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten