Nieuwsbericht

Toename neerslag in meeste seizoenen

09 juli 2019

De zomer draait inmiddels op volle toeren, en na de plensbuien half juni is het al weer enkele weken vrijwel droog. De droge zomer van vorig jaar is gevolgd door een normale winter en natte maart. Daardoor zijn in vooral het westen van Nederland de grootste tekorten aangevuld, mede door aanvoer van de grote rivieren. In het algemeen zijn neerslag en verdamping in de zomer erg grillig en in de winter gelijkmatiger verdeeld en speelt verdamping nauwelijks een rol. De afgelopen eeuw is een toename in winterneerslag gemeten. Klimaatmodellen worstelen nog met de vraag hoe deze trend verklaarbaar is en of deze ook doorzet.

Toename neerslag De Bilt

De waargenomen neerslag in De Bilt varieert sterk van jaar tot jaar, maar toont in de meeste seizoenen een stijgende lijn vanaf 1950 tot heden (figuur 1). Met name in de winter en de herfst is de neerslag toegenomen. Gemiddeld over alle stations in Nederland is de winterneerslag toegenomen van 188 millimeter in periode 1951-1980 naar 211 millimeter in 1981-2010. De zomerneerslag is stabiel gebleven op 224 millimeter. Ook na 2010 zien we deze zelfde trend. Voor meer details zie de KNMI'14-klimaatscenario's.

Westcirculatie

De toename van de winterneerslag hangt sterk samen met een toename van de westcirculatie in de winter (figuur 2). In de winter wordt neerslag hoofdzakelijk gebracht door depressies en bijbehorende fronten die met een (zuid)westelijke stroming over Nederland trekken. Het vocht dat voor wolkenvorming en onder de juiste omstandigheden voor buien zorgt, komt meestal direct van de oceaan en wordt met een (zuid)westelijke stroming aangevoerd. De neerslag neemt toe als de kracht van deze stroming toeneemt omdat er simpelweg meer fronten overtrekken. Wat verder speelt, is dat als de temperatuur toeneemt ook de hoeveelheid waterdamp in de lucht toeneemt, waardoor het harder gaat regenen, ook als de circulatie niet verandert. Op wereldschaal is de toename in neerslag in balans met de toename in verdamping in een opwarmend klimaat, regionaal spelen veranderingen in de circulatie een grote rol in de neerslagverandering. Wat de trend in de waargenomen toename van de westcirculatie in de winter heeft veroorzaakt is nog niet duidelijk. Wel is het een natuurkundig feit dat als de noord-zuid verschillen in temperatuur toenemen, de westenwind met de hoogte toeneemt. En deze verschillen lijken door klimaatverandering op onze breedte toe te nemen.

Klimaatscenario’s

Klimaatmodellen geven aan dat de gemiddelde westcirculatie in onze contreien deze eeuw zal toenemen, vooral in de winter (figuur 3). Dit komt omdat het verschil in temperatuur tussen de subtropen en de Noord-Atlantische oceaan ten zuiden van Groenland in het gebied van de subpolaire wervel toeneemt . De subtropen warmen op, terwijl de sub-polaire wervel en de lucht erboven relatief koud blijft door veranderingen in het warmtetransport in de oceaan. Er zijn aanwijzingen dat deze intensivering momenteel al gaande is. Klimaatmodellen voorzien een toename van de gemiddelde winterneerslag. Scenario’s voor Nederland rond 2085 variëren van 5 tot 12 procent tot zelfs 13 tot 30 procent meer neerslag bij respectievelijk 1,5 en 3,5 graden wereldwijde temperatuurstijging (zie KNMI'14-klimaatscenario's).

Er zijn echter veel zaken nog onzeker, zoals de verandering in de ligging en sterkte van de band met de meest intensieve westcirculatie, effecten van zeestromingen en zeewatertemperatuur. Ook lijken de klimaatmodellen de waargenomen trend in circulatie te onderschatten. Er is verder onderzoek nodig om de effecten van klimaatverandering op neerslag helderder te krijgen. Komende dagen verwelkomen we de regen vast met net zo'n blij gemoed als het kind in de regenjas.

 

KNMI-klimaatbericht door Ruben IJpelaar

 Toename neerslag station De Bilt per seizoen voor de periode 1950-heden.
Figuur 1: Toename neerslag station De Bilt per seizoen voor de periode 1950-heden. ©KNMI
Trends in winter neerslag en luchtdruk in Europa over 1961-2000
Figuur 2: Trends in winter neerslag en luchtdruk in Europa over 1961-2000. Bron: Van Haren et al, 2012.
 Kaart van toename westcirculatie in klimaatmodellen in 2071-2100 vergeleken met 1971-2000.
Figuur 3: Toename westcirculatie in klimaatmodellen in 2071-2100 vergeleken met 1971-2000. Oranje gebieden geven toename van wind op grote hoogte (500 hPa, ca. 6 km) aan. Bron: Haarsma et al, 2013.

Recente nieuwsberichten

  1. Herfststormen

    Sinds de laatste week van september is het weer in Nederland ronduit wisselvallig of herfstachtig...

    15 oktober 2019 - Nieuwsbericht
  2. De taiga- en Amazonebranden van 2019

    Afgelopen zomer was er veel media-aandacht voor grote natuurbranden in Siberië en de Amazone. Fot...

    08 oktober 2019 - Nieuwsbericht
  3. Arctisch zee-ijs op een-na-laagste niveau ooit

    Elk jaar neemt de zee-ijsbedekking in het Noordpoolgebied gedurende de zomer af en bereikt in sep...

    01 oktober 2019 - Nieuwsbericht
  4. September: zonnig en vrij nat

    De maand september is zonnig verlopen – gemiddeld scheen 162 uur de zon tegen 143 uur normaal. Ma...

    01 oktober 2019 - Nieuwsbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten