Klimaatbericht

Zeven ijsdagen na verstoorde poolwervel

18 februari 2021

De inval van winterse kou op 7 februari ging samen met een sneeuwstorm en de koude periode sloot af met ijzel. De toegenomen winterse kansen in de weken na een verstoring van de poolwervel werden verzilverd met zeven ijsdagen gemeten op het KNMI-meetstation in De Bilt. Het gemiddeld aantal ijsdagen in de winter neemt door klimaatverandering steeds verder af.

Verstoorde poolwervel opmaat naar winterweer

Zoals verwacht leidde een plotselinge stratosferische opwarming  tot grootschalige atmosferische veranderingen gedurende de maand januari. De verstoorde poolwervel bracht uiteindelijk een hogere luchtdruk boven de pool en een iets lagere luchtdruk ten zuiden van de breedtegraad van Nederland. Dit drukpatroon wordt vaak uitgedrukt in de Arctische Oscillatie index (AO-index): een negatieve waarde van de index gaat samen met een hogere luchtdruk boven de pool.

Figuur 1 laat zien dat de grootschalige atmosferische veranderingen zich gedurende de maand januari hebben doorgezet bij het aardoppervlak. Uiteindelijk piekte de hogedruk in het Noordpoolgebied rond 9 februari, ruim een maand na de verstoring van de poolwervel in de stratosfeer. Mede hierdoor volgden sneeuwstorm Darcy en de winterinval in Nederland.

Extremen in plaats van gemiddelden

De genoemde verandering in de grootschalige luchtdrukverdeling betekent niet automatisch dat er winterweer komt in Nederland. Voor aanhoudend koud winterweer is Nederland afhankelijk van transportkou. Dit zijn koude luchtmassa’s die uit noordelijke of oostelijke richting over ons land uitstromen. Uit de waarnemingen van alle plotselinge stratosferische opwarmingen geanalyseerd sinds 1979 blijkt dat het daarna aan de grond slechts minder dan een halve graad kouder is dan gemiddeld. Echter, de respons van de laagst gemeten dagelijkse maximum- (en minimum)temperatuur is groter (0.5-3 graden kouder) vergeleken met die in een vergelijkbare periode in de winter zonder voorafgaande plotselinge stratosferische opwarming (figuur 2). Oftewel, vooral de kans op koude-extremen neemt toe.

IJsdagen in De Bilt

De toegenomen kans op koude-extremen bekijken we aan de hand van het aantal ijsdagen in De Bilt in de eerste 45 dagen na een plotselinge stratosferische opwarming. Voor een ijsdag mag de temperatuur in De Bilt de hele dag niet boven het vriespunt komen. Na een plotselinge stratosferische opwarming vinden we gemiddeld 3 ijsdagen in De Bilt, terwijl het langjarig gemiddelde 2 ijsdagen is (over dezelfde 45 winterdagen). Het verschil is absoluut gezien dus gering. Het aantal ijsdagen per gebeurtenis verschilt wel flink. Bijvoorbeeld, na de plotselinge stratosferische opwarming in januari 2019 waren er 2 ijsdagen, terwijl in 2013 we in de eerste 45 dagen 13 ijsdagen telden. Dit jaar kwamen we uit op 7 ijsdagen. Kortom, na een plotselinge stratosferische opwarming is de kans op extreme kou weliswaar iets groter, maar uitgedrukt in het aantal ijsdagen in De Bilt is het effect op z’n minst wisselend.

Onder vergrootglas door klimaatverandering

Door de opwarming van het klimaat wordt koud winterweer in Nederland meer en meer afhankelijk van toevallig met elkaar samenvallende factoren. Daardoor komt het aantal dagen met vorst, en vooral het aantal ijsdagen met vaak gunstige schaatsomstandigheden steeds meer onder een vergrootglas te liggen.

Tussen 1981 en 1990 waren er gemiddeld 9 ijsdagen in de winter. Tussen 1981 en 1990 waren er gemiddeld 9 ijsdagen in de winter. Door de opwarming van het klimaat is dit afgenomen tot gemiddeld minder dan 4 ijsdagen (over de laatste 10 jaar 2011-2020 - zie ook figuur 3). Het al of niet voorkomen van een plotselinge stratosferische opwarming zal steeds vaker het verschil kunnen maken tussen een winter met of zonder ijsdagen en gunstige schaatsomstandigheden.

 

KNMI-klimaatbericht door Michiel van Weele en Lars van Galen

Veranderingen in de luchtdrukverdeling uitgedrukt in de AO-index (ook: NAM-index) na de plotselinge stratosferische opwarming van 5 januari 2021, met een piekrespons aan de grond op 9 februari.
Figuur 1: Veranderingen in de luchtdrukverdeling uitgedrukt in de AO-index (ook: NAM-index); (Rood: negatief; Blauw: positief) na de plotselinge stratosferische opwarming van 5 januari 2021, met een piek aan de grond op 9 februari. Bron: stratobserve.com
Afwijking van de laagst gemeten dagelijkse maximum- (boven) en minimumtemperatuur (onder) in een maand t.o.v. 1979-2016 voor en na de stratosferische opwarming. Stippen: minimaal 75% van de events onder normaal. Bron: King et al., 2019.
Figuur 2: Afwijking van de laagst gemeten dagelijkse maximum- (boven) en minimumtemperatuur (onder) in een maand t.o.v. 1979-2016 voor en na de stratosferische opwarming. Stippen: minimaal 75% van de events onder normaal. Bron: King et al., 2019.
Aantal ijsdagen in De Bilt per jaar met 10-jaars lopend gemiddelde.
Figuur 3: Aantal ijsdagen in De Bilt per jaar met 10-jaars lopend gemiddelde. Bron: Geert Jan van Oldenborgh

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Minder ozonvervuiling tijdens coronacrisis

    De gemiddelde hoeveelheid ozonvervuiling op het noordelijk halfrond (tussen de 1 en 8 kilometer h...

    26 februari 2021 - Klimaatbericht
  2. Alweer zeer zachte lentedagen in februari

    Voor het eerst tellen we vijf zachte dagen (15 ÂșC of meer) in februari, nota bene op rij. En dat...

    24 februari 2021 - Klimaatbericht
  3. Krachtenbundeling KNMI en Verbond van Verzekeraars om klimaatschade tegen te gaan

    Schade voorkomen door eerder te waarschuwen voor de komst van slecht weer. Dit is de kern van de ...

    23 februari 2021 - Klimaatbericht
  4. Meer dan 2 graden opwarming mogelijk onvermijdelijk

    Al sinds de jaren 70 stijgt de temperatuur wereldwijd en inmiddels is onze planeet gemiddeld ruim...

    23 februari 2021 - Klimaatbericht
Toon alle nieuws- & klimaatberichten