Er blijkt een subtiel verband te bestaan tussen de neerslag in Zuid-Spanje, El Niño en de Noord-Atlantische Oscillatie. De Noord-Atlantische oscillatie heeft een grote invloed in de winter, in december tot februari is de correlatie met de meetwaarden in Gibraltar en Sevilla -0.5 tot -0.6. Dit wil zeggen dat een lage NAO index (zoals in november 1997) gemiddeld meer regen geeft in dit gebied. In het voor- en najaar is het verband zwakker en in de zomer is er geen verband.
Een El Niño veroorzaakt juist in de nazomer en vroege herfst meer regen in het zuidwesten van Europa (met een correlatie van 0.4 tot 0.5), maar er is een aanwijzing voor minder regen in het voorjaar.
Beide wereldwijde klimaatverschijnselen hebben dus een invloed. De stormen van begin november kunnen niet aan het ene of het andere fenomeen worden toegeschreven, maar het is opvallend dat zowel de El Niño als de Noord-Atlantische oscillatie de neiging hadden meer regen te geven in dit gebied.
Door Geert Jan van Oldenborgh, Oceanografisch Onderzoek KNMI
Vrijdag kunnen vanaf de tweede helft van de middag stevige onweersbuien ontstaan met hagel, plaat...
29 mei 2026 - LiveblogMet een gemiddelde temperatuur van 11,0 °C tegen een langjarig gemiddelde van 9,9 °C komt deze le...
29 mei 2026 - NieuwsberichtIn 2026 viert EUMETNET het 30-jarig jubileum van de samenwerking tussen de Europese nationale met...
28 mei 2026 - NieuwsberichtHet voorjaar loopt bijna op z’n einde. Bij het voorjaar denken we al snel aan veel zonneschijn. V...
27 mei 2026 - Klimaatbericht