Achtergrond

KNMI'14-klimaatscenario's

Het KNMI maakt klimaatscenario's van een mogelijk toekomstig klimaat voor Nederland. Het Klimaatsignaal'21 is in oktober 2021 gepubliceerd. Medio 2023 verschijnen de KNMI'23-klimaatscenario's, deze vervangen de KNMI’14-klimaatscenario’s (rapport mei 2014).

Op deze pagina vindt u uitleg over de KNMI'14-klimaatscenario's en kunt u de cijfers, grafieken en kaarten van deze klimaatscenario's bekijken. Verder staat hier informatie over het gebruik van de scenario's, de voorgaande scenario's en het vijfde klimaatrapport van het IPCC, dat diende als bron voor de KNMI'14-scenario's.

Correctie KNMI'14: WL-scenario voor 2085

Het KNMI heeft in 2015 een inconsistentie ontdekt in de getallen voor het WL-scenario rond 2085. Gebleken is dat de veranderingen voor WL rond 2085, zoals gepubliceerd in mei 2014, hoorden bij een wereldgemiddelde temperatuurstijging van 3,0 °C en niet, zoals vermeld, bij een temperatuurstijging van 3,5 °C.

De getallen voor het WL-scenario rond 2085 zijn per 9 juli 2015 aangepast naar een wereldgemiddelde temperatuurstijging van 3,5°C: De tabel voor 2085 op deze website geeft de aangepaste getallen weer.

Sinds 1 oktober 2015 is de correctie ook doorgevoerd in:

  • De folder KNMI'14-scenario's, herziene uitgave 2015
  • De brochure KNMI'14-scenario's, herziene uitgave 2015
  • Het transformatieprogramma, inclusief handleiding en voorgetransformeerde reeksen, versie 3.2

De gemiddelde temperatuurstijging voor Nederland is in het gecorrigeerde WL-scenario maximaal 0,5°C hoger, de gemiddelde neerslag verandert maximaal 2% meer (jaar- en seizoensgetallen).

De correcties betreffen alleen temperatuur, neerslag, zonnestraling, verdamping en daarmee samenhangend droogte. De getallen voor zeespiegel, wind en luchtvochtigheid zijn in het gecorrigeerde WL-scenario hetzelfde gebleven (deze variabelen waren al wel op de correcte mondiale temperatuurstijging gebaseerd of daar niet gevoelig voor).

De getallen voor de andere scenario’s zijn niet veranderd. De aanpassingen hebben nagenoeg geen gevolgen voor de bandbreedte die door de vier scenario’s rond 2085 wordt weergegeven.

Kerncijfers

Volgens de KNMI'14-klimaatscenario's worden de zomers rond 2050 1 tot 2,3 °C warmer. In de winter neemt de gemiddelde neerslag tussen de 3 en 17 procent toe terwijl de zeespiegel rond 2050 tussen de 15 tot 40 cm is gestegen. In de scenariotabel zijn meer van dit soort kerncijfers van de KNMI’14-klimaatscenario's te vinden.

De scenariotabel geeft van elk scenario de kerncijfers voor een groot aantal variabelen en indicatoren van klimaatverandering voor Nederland. De kerncijfers worden gepresenteerd voor een tijdshorizon in de toekomst naar keuze.

Rekenvoorbeeld bij scenariotabel

In een rekenvoorbeeld laten we zien wat de hoeveelheid neerslag in een winter rond 2050 bij het WL-scenario is, waarbij we gebruik maken van de scenariotabel.

In de laatste kolom van de tabel staan de natuurlijke variaties in het klimaat gemiddeld over 30 jaar. De getallen in deze kolom fungeren als referentie voor de berekende veranderingen volgens de vier klimaatscenario’s. In het toekomstige klimaat komen deze positieve en negatieve variaties van de 30-jaar gemiddelde waarden bovenop de veranderingen volgens de scenario’s. In de grafieken met de scenario’s zijn ze weergegeven als grijze banden. Deze 30-jaar natuurlijke variaties veranderen niet in de scenario’s. Dagelijkse, maandelijkse en jaarlijkse variaties blijven natuurlijk ook bestaan, en die kunnen voor sommige indicatoren wel veranderen in de toekomst. Voor de temperatuur neemt bijvoorbeeld bij alle scenario’s de jaar-op-jaar variatie in de winter af en in de zomer toe. Stel dat informatie is gewenst over de hoeveelheid neerslag in een bepaalde winter rond 2050 bij het WL-scenario. Daarvoor moet rekening worden gehouden met:

  1. de gemiddelde hoeveelheid van 211 mm in de referentie-periode 1981-2010
  2. de toename van 8% bij het scenario wat resulteert in een gemiddelde hoeveelheid van 1,08 × 211 = 228 mm in de toekomst
  3. de natuurlijke variaties op de 30-jaar tijdschaal van ± 10% (van 228 mm), ofwel ± 23 mm
  4. de jaar-op-jaar variaties van ± 96 mm en de toename in die variaties van 10%, resulterend in een jaar-op-jaar variatie bij het scenario van ± (1,10 × 96), ofwel ± 106 mm

Kwadratisch opgeteld leveren 3) en 4) toekomstige variaties op van ± 108 mm. Gecombineerd met 2) geeft dit 228 ± 108 mm, ofwel een hoeveelheid tussen 120 en 336 mm voor de neerslag in een bepaalde winter rond 2050 bij het WL-scenario. Ter vergelijking, in de referentie periode 1981-2010 is de neerslaghoeveelheid in de winter 211 ± 96 mm, ofwel tussen 115 en 307 mm. Hoewel de jaar-op-jaar variaties dus veel groter zijn dan de scenario veranderingen, duidt dit resultaat er op dat een extreem natte winter, bijvoorbeeld met meer dan 300 mm neerslag, vaker zal voorkomen in de toekomst.
De twee kolommen met waarnemingen laten zien dat de toename in de winterneerslag over 30 jaar ongeveer even groot is geweest als de natuurlijke variaties gemiddeld over 30 jaar. In dit voorbeeld is geen rekening gehouden met de afhankelijkheid tussen de neerslag in opeenvolgende winters.

Kaarten, grafieken en tabellen

Hier staat een overzicht van KNMI'14-kaarten, grafieken en tabellen voor temperatuur en neerslag.

Toekomstig weer

Naast informatie over klimaatverandering, is het vaak van belang inzicht te hebben in het bijbehorende weer. Beelden van toekomstig weer maken gedetailleerd onderzoek naar de gevolgen van extreem weer mogelijk. Hieronder staan voorbeelden van toekomstige weerbeelden, elk verkregen met een andere methode. 

Tijdreeksen toekomstig weer

Voor neerslag, temperatuur, zonnestraling en verdamping kunt u lange tijdreeksen op dagbasis - passend bij de KNMI'14-scenario's - genereren of downloaden. Met het transformatieprogramma transformeert u zelf historische tijdreeksen (van KNMI stations of andere tijdreeksen).

Gebieden met vergelijkbaar klimaat

Een eerste indruk van het toekomstig weer ontstaat door te kijken naar het huidige weer in andere gebieden die nu al een klimaat hebben dat overeenstemt met het toekomstige klimaat in Nederland. De kaart (figuur 1) laat gebieden zien waar het huidige klimaat vergelijkbaar is met het klimaat in Amsterdam rond 2050. Bij het WH-scenario zijn de winters in Amsterdam rond 2050 bijvoorbeeld vergelijkbaar met die van nu in Nantes of Bordeaux.

Vergelijkbare maanden

Een andere manier om een idee te krijgen van het toekomstige weer is om te kijken naar het huidige weer in kalendermaanden, waarin de omstandigheden nu al overeenstemmen met de berekende omstandigheden in de toekomst.

Zo zal bij het WH-scenario rond 2050 de temperatuur in januari en februari vergelijkbaar zijn met die in maart en december in het huidige klimaat (zie figuur 2). Terwijl een maandgemiddelde temperatuur van ongeveer
18 ˚C of meer nu alleen optreedt in juli, zal dit in de toekomst ook optreden in juni en augustus.

Fijnmazige modellen

Modellen met veel detail kunnen een natuurgetrouw beeld van toekomstige weersomstandigheden geven. Zulke computermodellen vergen nu nog te veel rekenkracht om er volledige scenario’s zoals KNMI’14 mee door te rekenen, maar zijn wel bruikbaar in specifieke situaties.

Figuur 3 toont een voorbeeld van twee overeenstemmende weerpatronen, nu en in de toekomst. Dit voorbeeld betreft een situatie met hevige neerslag gedurende twee dagen in augustus 2010 in het oosten van Nederland. Met het gedetailleerde model is deze situatie volgens het WH-scenario getransformeerd naar een 2˚C warmer klimaat, resulterend in een beschrijving van alle klimaatindicatoren met ruimtelijke details tot op 2,5 km.
Toegepast op de situatie in augustus 2010 geeft het fijnmazige model de extreme neerslaghoeveelheid van 130 mm nabij de Duitse grens, vergeleken met waarnemingen van de regenradar, realistisch weer. Transformatie van deze extreme situatie naar een toekomstig klimaat leidt tot een aanzienlijke toename van de berekende hoeveelheid neerslag. De maximale hoeveelheid neemt toe van 130 mm naar 180 mm en het gebied met meer dan 100 mm neerslag is bijna twee keer zo groot. Het volledige beeld van het toekomstige weer dat zo is verkregen maakt gedetailleerd onderzoek naar de ontwrichtende gevolgen van extreem weer mogelijk.

gebieden met vergelijkbaar klimaat
Figuur 1: Gebieden met een winterklimaat dat overeenstemt met het winterklimaat in Amsterdam rond 2050, berekend volgens de KNMI'14-klimaatscenario's en gebaseerd op de gemiddelde temperatuur en neerslag.
Figuur 2: Seizoenscyclus van de temperatuur in het huidige klimaat (De Bilt, 1981-2010) en het klimaat rond 2050 bij de GL- en WH-scenario's.
Figuur 3: Situatie met meer dan 100 mm neerslag in twee dagen in augustus 2010 (links), en de transformatie naar een 2˚C warmer klimaat (rechts).

Publicaties KNMI'14-scenario's

Publicaties vorige scenario's

Publicaties aanvullende scenario's

  • Achtergronddocument Deltacommissie: Onderzoek naar bovengrensscenario's voor klimaatverandering voor overstromingsbescherming van Nederland (2008)

Publicaties klimaatmaatwerk

  • Folder over KNMI klimaatmaatwerk: Klimaatinformatie op maat, De juiste data voor elke sector (2011)
  • Syntheserapport project Klimaatdienstverlening: Klimaatdienstverlening: Maatwerk (2011)

Vragen over klimaatscenario's

Wat zijn klimaatscenario's?

Klimaatscenario's zijn aannemelijke en samenhangende voorstellingen van het toekomstige klimaat. Met samenhangend wordt bedoeld dat de verandering van de verschillende klimaatvariabelen zoals neerslag, temperatuur en wind onderling binnen een scenario, natuurwetenschappelijk consistent zijn. Bijvoorbeeld: warmere lucht kan meer vocht bevatten, hierdoor neemt de hoeveelheid neerslag en de neerslagintensiteit bij hogere temperaturen toe. Binnen een scenario past de gegeven verandering voor temperatuur bij de verandering voor neerslag. Ook is de verandering op verschillende tijd- en ruimteschalen onderling consistent. Binnen een scenario past bijvoorbeeld de gegeven wereldwijde opwarming bij de temperatuurverandering voor Nederland en past de temperatuurverandering in de winter bij die in de zomer.
Klimaatscenario's worden opgesteld om de mogelijke gevolgen van door de mens veroorzaakte klimaatverandering te onderzoeken.

Hoe zijn de KNMI'14-klimaatscenario's gemaakt?

Voor de KNMI'14-klimaatscenario's zijn de uitkomsten van  IPCC modelberekeningen geanalyseerd. Daarnaast zijn er additionele modelberekeningen met de KNMI klimaatmodellen EC-Earth en RACMO gemaakt, waarbij in totaal meer dan 1200 jaar aan klimaatdata voor Nederland is geproduceerd met een ongekend hoge ruimtelijke resolutie van ongeveer 10 km. Deze resolutie is 4 keer zo hoog als in de KNMI'06 scenario's.
Op basis van de IPCC modelberekeningen zijn er voor elk van de 4 KNMI'14-scenario's 8 modelberekeningen geselecteerd. Hierbij is gebruik gemaakt van het scenario-onderscheid op basis van wereldwijde opwarming en verandering in circulatiepatroon. Samen bestrijken deze 4 x 8 = 32 berekeningen het relevante gedeelte van de veranderingen volgens de andere IPCC modelberekeningen. De beschikbaarheid van meerdere berekeningen voor elk scenario maakt het bovendien mogelijk klimaatverandering (het signaal) te onderscheiden van de natuurlijke variaties (de ruis).
Naast deze modelberekeningen is voor een aantal indicatoren, bijvoorbeeld voor neerslagextremen, gebruik gemaakt van aanvullende informatie uit waarnemingen en zeer hoge resolutie modellen. Zie het wetenschappelijk rapport voor gedetailleerde informatie over de gevolgde methode.

Wat zijn overeenkomsten en verschillen tussen KNMI'14 en KNMI'06?

De wetenschappelijke inzichten in het IPCC-rapport uit 2013, waarop KNMI'14 is gebaseerd, verschillen maar in beperkte mate van die in het vorige IPCC-rapport, waarop KNMI'06 is gebaseerd. Daarom lijken de algemene klimaatveranderingen in de KNMI'14-scenario's sterk op de algemene veranderingen in de KNMI'06-scenario's. De KNMI'06 scenario's zijn nog steeds mogelijke scenario's voor klimaatverandering in Nederland. Maar een aantal kenmerken van de KNMI'06 scenario's is gezien de huidige wetenschappelijke kennis minder waarschijnlijk (figuur 4).

Om vergelijking mogelijk te maken tussen beide sets, zijn de KNMI'06-scenario's voor 2050 en 2085 omgerekend naar de referentieperiode zoals deze voor KNMI'14 is gebruikt (1981-2010). De KNMI'06-scenario's voor 2100 zijn omgerekend naar het zichtjaar 2085, zoals het zichtjaar voor de KNMI'14-scenario's voor eind 21ste eeuw. Omrekeningstabellen KNMI'06 naar KNMI'14 voor 2050 (figuur 5) en 2085 (figuur 6).

Zie de KNMI'14-brochure voor een vergelijking met KNMI'06 per variabele, in de hoofdstukken Temperatuur, Neerslag en Zeespiegel.

Figuur 4: KNMI'6 en KNMI'14 overeenkomsten en verschillen
Figuur 5: KNMI'6 en KNMI'14 vergeleken voor zichtjaar 2050
Figuur 6: KNMI'6 en KNMI'14 vergeleken voor zichtjaar 2085
Niet gevonden wat u zocht? Zoek meer achtergrond artikelen