Klimaatbericht

2019 mondiaal in top twee of drie warmste jaren

31 december 2019

2019 komt waarschijnlijk in de top twee of drie warmste jaren ooit gemeten. Door de versnelde toename van broeikasgassen in de atmosfeer is dit niet geheel onverwacht. Zo wordt ook voor 2020 een top vijf-positie verwacht.

Tweede of derde plaats

De Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) heeft begin deze maand een voorlopig rapport uitgebracht over de staat van het mondiale klimaat in 2019. Hierin wordt verwacht dat 2019 op plaats twee of drie terecht komt in de ranglijst van mondiale temperaturen. Tot en met oktober was de wereldwijd gemiddelde temperatuur 1,1 graad boven de pre-industriële waarde (figuur 1 en 2). Met november erbij in de berekeningen komt de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) uit op een tweede plek voor 2019. De Europese Copernicus Climate Change Service concludeert dat november op een gedeelde eerste plaats staat met  1,3 graden boven de pre-industriële waarde. December eindigt waarschijnlijk ook met meer dan 1 graad boven normaal.

Stijgende trend afgelopen vijf jaar

De afgelopen vijf en tien jaar zijn bijna zeker de warmste vijf- respectievelijk tienjarige periode ooit gemeten. De temperatuur in 2019 sluit aan bij de verwachte opwarming van 0,1-0,3 graden per decennium, gepubliceerd in het IPCC SR15 rapport uit 2018. Afgelopen september is het WMO-rapport 2015-2019 uitgegeven waarin wordt vermeld dat deze periode 0,2 graden warmer is dan 2011-2015. Het rapport benadrukt ook de versnelde toename (20 procent hogere groei dan in 2011-2015) van de belangrijkste broeikasgassen in de atmosfeer.

2018 bleef achter qua temperatuurstijging

Voor het maken van een jaarlijkse temperatuurverwachting kan, naast de versnelde toename van broeikasgassen, rekening worden gehouden met natuurlijke variaties zoals grootschalige weersystemen. De bekendste is de El Niño Southern Oscillation (ENSO) met El Niño als warme fase en La Niña als koude fase. De warmste jaren 2016 en 2015 gingen samen met een extreem sterke El Niño (figuur 3). Begin 2018 was er sprake van een zwak tot matige La Niña, wat mogelijk heeft bijgedragen aan het feit dat het jaar slechts op de vierde plaats eindigde. In figuur 1 is de kleine dip van 2018 te zien van ongeveer 0,2 graden koeler dan topjaar 2016.

Verwachting voor 2019 aanvankelijk niet eenduidig, voor 2020 voorlopig weinig verandering

Vanaf oktober 2018 begon de zeewatertemperatuur rondom de evenaar in de Stille Oceaan toe te nemen en werd er verwacht dat de inmiddels neutrale ENSO condities eind 2018 konden veranderen in een El Niño. In januari 2019 bleef de koppeling tussen bovennormale zeewatertemperatuur en de atmosfeer nog steeds uit waardoor de verwachtingen iets onzeker bleven met een 65-80 procent kans op  El Niño tot en met de lente. Uiteindelijk zijn de meeste weerinstituten het er over eens dat er van januari tot juli/augustus een zwakke El Niño aanwezig was, waarna de ENSO neutraal is geworden (figuur 3). De consensus is verder dat de neutrale condities aanhouden in de eerste maanden van 2020, volgens NOAA  zelfs mogelijk tot in de zomer, en er is een kleine voorkeur voor ontwikkeling van El Niño t.o.v. La Niña. UK Met Office heeft al een verwachting voor 2020 uitgegeven van een wereldwijd gemiddelde temperatuur rond 1,1 graad boven de pre-industriële waarde. Deze is onder andere gebaseerd op neutrale ENSO condities en toenemende hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer. 2020 kan dus weer een top vijf-jaar worden.

 

KNMI-klimaatbericht door Anika Hoekstra

 

 

 

 

Grafiek van de wereld jaargemiddelde temperatuurafwijking t.o.v. de pre-industriële referentieperiode 1850-1900, afkomstig van vijf verschillende datasets. 2019 beslaat januari t/m oktober.
Figuur 1. Wereld jaargemiddelde temperatuurafwijking t.o.v. de pre-industriële referentieperiode 1850-1900, afkomstig van vijf verschillende datasets. 2019 beslaat januari t/m oktober. Bron: UK Met Office.
 Figuur 2. Luchttemperatuurverschil tussen 2019 (jan t/m okt) en het gemiddelde van 1981–2010. Om tot de pre-industriële waarde te komen, dient er 0,6 °C bij opgeteld te worden. Bron: ECMWF ERA5 data, Copernicus Climate Change Service.
Figuur 2. Luchttemperatuurverschil tussen 2019 (januari t/m oktober) en het gemiddelde van 1981–2010. Om tot de pre-industriële waarde te komen, dient er 0,6 °C bij opgeteld te worden. Bron: ECMWF ERA5 data, Copernicus Climate Change Service.
Figuur 3. Wereld maandgemiddelde temperatuurafwijking t.o.v. het 20e -eeuwse gemiddelde van die maand, in combinatie met aanwezigheid van El Niño of La Niña.
Figuur 3. Wereld maandgemiddelde temperatuurafwijking t.o.v. het 20e -eeuwse gemiddelde van die maand, in combinatie met aanwezigheid van El Niño (rood) of La Niña (blauw). Bron: NOAA, Global Climate Report November 2019.

Recente nieuwsberichten

  1. Winterse kansen door opwarming in stratosfeer

    Wordt het nog koud deze winter? De langetermijnverwachtingen voor de winter krijgen steeds meer a...

    14 januari 2021 - Klimaatbericht
  2. Afsmelten van de grote ijskappen gaat sneller dan ooit

    Door de opwarming van de aarde neemt het afsmelten van gletsjers en ijskappen snel toe. Dit zorgt...

    12 januari 2021 - Klimaatbericht
  3. Amerikaanse award voor team satellietinstrument OMI

    Aan KNMI’er Pieternel Levelt en haar internationale team is zondag 10 januari een special award t...

    11 januari 2021 - Klimaatbericht
  4. Jaaroverzicht aardbevingen 2020

    In 2020 waren er 90 aardbevingen in Nederland: 76 geïnduceerde (door gaswinning) en 14 tektonisch...

    06 januari 2021 - Klimaatbericht
Toon alle pers- & nieuwsberichten