Kersenbloesem in Kyoto met Japans kasteel op de achtergrond
© Sean Pavone

Japanse kersenbomen bloeien steeds vroeger

13 maart 2024

Japanse kersenbomen komen steeds vroeger in het seizoen in bloei: ruim tien dagen eerder dan sinds het begin van de waarnemingen in het jaar 812(!). Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat zowel de opwarming van de aarde als de toegenomen verstedelijking hiervan de oorzaak te zijn. Ook in Nederland komen bomen eerder in bloei.

Bloei Japanse kers al 1212 jaar bijgehouden 

Wij kennen in Nederland “rokjesdag” als een soort van onofficiële eerste lentedag. In Japan kennen ze de “Sakura”, de bloei van de Japanse kersenbomen in het voorjaar. Het is de aankondiging van de lente, een nieuw begin. Cultureel is dat in Japan een heel groot ding, veel groter dan “rokjesdag” bij ons. Het zit zo diep in de Japanse cultuur dat in de Japanse stad Kyoto die jaarlijkse bloei al sinds het jaar 812 in detail wordt bijgehouden. Dat levert een unieke reeks op die ons iets verteld over klimaatverandering. 

Temperatuurmetingen gaan niet ver terug in de tijd 

Pas vanaf de 17de eeuw meet men regelmatig temperatuur, wind en druk met gestandaardiseerde en geijkte instrumenten. Dat is de start van het instrumentele tijdperk. Het continu meten begint pas echt in de 20e eeuw. Als we verder terug in de tijd willen, dan gebruiken we in klimaatonderzoek niet-instrumentele - indirecte - bronnen. Bijvoorbeeld historische beschrijvingen van opmerkelijke weergebeurtenissen - een ijskoude winter, een stormvloed, zwaar onweer in de zomer. De gepensioneerde leraar aardrijkskunde Jan Buisman heeft er vanaf zijn pensionering zeven dikke boeken over geschreven. Andere nuttige indirecte reeksen zijn boomringen, boorkernen uit gletsjers en ijskappen, en sedimentafzettingen op de oceaanbodem. Elk van deze indirecte bronnen heeft zijn tekortkomingen en beperkingen. Zo ook reeksen van natuurverschijnselen die afhangen van het weer. 

Temperatuur af te leiden uit natuurverschijnselen 

Fenologie houdt zich bezig met natuurverschijnselen die afhangen van het weer. Uit waarnemingen van het natuurverschijnsel is dan iets af te leiden over veranderingen in het weer. De reeks waarnemingen van de Japanse kersenbloesem is een goed voorbeeld (afbeelding 1). Het blijkt dat in de loop van de 20ste eeuw door hogere temperaturen het bloeimoment steeds vroeger in het jaar plaatsvindt, inmiddels tien dagen eerder, van medio april naar begin april.  

Ook in Nederland zie je allerlei natuurverschijnselen eerder in het jaar optreden. De witte paardenkastanje bijvoorbeeld bloeit tegenwoordig gemiddeld twee weken eerder dan 100 jaar geleden. Gerard Cox zong ooit over “de zomer die begon zowat in mei” maar “de zomer begon al eind april” past beter in de huidige tijd. 

Afbeelding 1. De datum van het bloeikmoment van de kersenbloesem in Kyoto van af het jaar 812 tot 2023. De dikke lijn is een 20 jaar lopend gemiddelde. Bron: Yakuri Aono.

Niet alles is toe te schrijven aan klimaatverandering 

Overigens is niet die hele verschuiving in de kersenbloesemreeks toe te schrijven aan de opwarming van de aarde. Uit nader onderzoek blijkt dat ongeveer de helft van die verschuiving toe te schrijven valt aan verstedelijking. De groei van bebouwde omgeving heeft een grote invloed op het lokale klimaat: in steden is het over het algemeen aanzienlijk warmer dan daarbuiten. Als het om de lokale temperatuur gaat kunnen stadseffecten zelfs veel groter zijn dan opwarming door klimaatverandering. Het is de verwachting dat het stadseffect van Kyoto op de bloei niet veel groter zal worden in de toekomst terwijl het effect van de wereldwijde opwarming wel door blijft gaan. 

Oog voor het stadsklimaat 

Plaatselijke omstandigheden kunnen op kleine schaal sterk de temperatuur, wind, verdamping, uitstraling van warmte en instraling van de zon beïnvloeden. We noemen dat een microklimaat. Strandtenten maken daar maar al te graag gebruik van: zet een windscherm neer en het is plots veel aangenamer vertoeven.  

Op het wereldwijde klimaat heeft het stadseffect maar een kleine invloed. Steden bedekken immers maar een klein deel van het aardoppervlak. Wel groeit het aantal mensen dat in steden woont, en die merken dat stadseffect aan den lijve. Bijvoorbeeld omdat het ‘s zomers enkele graden warmer is in de stad dan net daarbuiten en de warmte ‘s nachts langer blijft hangen. Vandaar dat het KNMI ook in toenemende mate stadseffecten meeneemt in toekomstverkenningen van het Nederlandse klimaat. 

KNMI-klimaatbericht door Jos de Laat 

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Onmisbare metingen op zee staan onder druk

    We gebruiken de Noordzee om te varen, te vissen en energie op te wekken. Maar wist je ook dat vee...

    10 april 2024 - Klimaatbericht
  2. Verdroging start steeds vroeger in het voorjaar

    Op 1 april start officieel het groeiseizoen. Vanaf die dag houdt het KNMI het neerslagtekort bij ...

    02 april 2024 - Klimaatbericht
  3. Maart was recordwarm maar wel somber

    Met een gemiddelde temperatuur van 9,0 °C tegen normaal 6,5 °C was het de zachtste maart sinds 19...

    29 maart 2024 - Nieuwsbericht
  4. Waarom de Cariben mogelijk een actief orkaanseizoen tegemoet gaan

    Een jaar geleden, in maart 2023, begonnen wereldwijd de hoge zeewatertemperaturen records te verb...

    27 maart 2024 - Klimaatbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten