Bui boven Rotterdam
Foto: Anton de Zeeuw

Randstad zorgt voor meer regen

05 oktober 2021

In het najaar valt langs de kust meer regen door de relatief warme Noordzee. Of ook de aanwezigheid van de Randstad voor meer regen in de kuststrook zorgt is niet rechtstreeks vast te stellen uit de KNMI-neerslagstations. Die liggen bewust in het buitengebied om beïnvloeding van de neerslagmeting te voorkomen. Toch is het stadseffect te onderzoeken door voor iedere neerslagmeting na te gaan of de lucht waaruit de regen valt over stedelijk gebied is getrokken of niet. Dan blijkt dat de Randstad voor meer regen zorgt.

Meeste regen valt langs de kust en op de Veluwe

Gemiddeld valt in Nederland de meeste regen langs de kust en boven de hoge Veluwe met waardes tot zo’n 95 cm per jaar (figuur 1). Het Veluwse maximum hangt samen met de hogere ligging van de Veluwe en de bebossing. De maxima langs de kust hangen samen met de invloed van de relatief warme Noordzee, met name in de herfst en winter. Maar ook de Randstad speelt mogelijk een rol. In de stad is het vaak warmer dan daarbuiten wat stijgende luchtbewegingen veroorzaakt die voor meer regen zorgen. Bovendien kan vervuiling wolkenvorming bevorderen. 

Stad heeft invloed op regenval

Uit lucht die over stedelijk gebied is getrokken valt jaargemiddeld 7% meer neerslag

Tussen 1960 en 2010 is de omvang van steden in Nederland, met name in de Randstad behoorlijk toegenomen (figuur 2). Om de invloed van verstedelijking op neerslag te onderzoeken is er per neerslagmeting gekeken of de lucht waaruit de regen valt over een stedelijk gebied is getrokken met minstens 25 procent bebouwing (ter illustratie, de zwarte stippen in figuur 2 zijn KNMI-neerslagstations waarvoor dit geldt voor zuidwestelijke windrichtingen). Het blijkt dat uit lucht die over stedelijk gebied is getrokken jaargemiddeld 7 procent meer neerslag valt. Op extreme neerslag is het effect zelfs +10 procent. Uitgesplitst per seizoen is het effect op de gemiddelde neerslag  +6 procent in de lente, +12 procent in de zomer, +4 procent in de herfst en +8 procent in de winter. 

Dat het effect het grootst is in de zomer lijkt te bevestigen dat er een stadseffect meetbaar in is de Randstad. In dit seizoen valt namelijk de meeste buiïge neerslag, die het makkelijkst te beïnvloeden is door het landoppervlak. Dat het kleinste effect in het najaar werd gemeten kan samenhangen met de relatief grote hoeveelheid neerslag langs de kust in deze maanden (het kusteffect), die het stadseffect verdoezelt.

De toename van neerslag sinds 1960 is het grootst aan de kust in de buurt van Amsterdam

De toename van verstedelijking heeft mogelijk ook bijgedragen aan de toename van neerslag sinds 1960 die het grootst is aan de kust in de buurt van Amsterdam (figuur 1). De meeste regen in Nederland valt namelijk bij zuidwestelijke wind en bij deze koers wordt de lucht beïnvloed door de bebouwing in Den Haag, Rotterdam en andere steden. Het stadseffect is tot ruim 50 kilometer verderop in de metingen zichtbaar.   

Neerslag ín steden zelf ook groter

Omdat de officiële KNMI-weerstations moeten voldoen aan internationale richtlijnen van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) bevinden onze neerslagstations zich buiten de steden. Een nadeel is dat ze hierdoor niet gebruikt kunnen worden om te onderzoeken hoeveel neerslag er ín de stad valt. Afgelopen jaren zijn enkele studies gedaan met radargegevens die wel informatie geven over neerslag in de stad. Neerslag in steden in de Randstad blijkt jaarrond iets hoger te zijn dan in omliggende gebieden. Ook is de neerslagintensiteit - de heftigheid van buien - in de zomer groter in de stad. Metingen door weeramateurs van WOW-NL vormen een andere bron van data. Voor wind- en temperatuurgegevens is duidelijk dit soort crowdsourced data waardevol zijn bij onderzoek, maar neerslagdata van weeramateurs is tot op heden nog niet gebruikt. 

KNMI klimaatbericht door Emma Daniëls
 

Gemiddelde neerslag in Nederland
Figuur 1. Gemiddelde neerslag in Nederland gemeten op KNMI neerslagstations in de periode 1991-2020 (links) en de toename in neerslag ten opzichte van de periode 1961-1990 (rechts). Bron: KNMI.
Bebouwing in Nederland
Figuur 2: Stedelijke fractie (kleur) en KNMI neerslagstations (cirkels) in de Randstad in 1960 en 2010. Dichte cirkels zijn bij zuidwestenwind ‘stedelijke’ neerslagstations: lucht passeert bij die windrichting meer dan 25% stedelijke bebouwing.

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Klimaatsignaal’21: hoe staat het ervoor met het klimaat in Nederland?

    Het KNMI rapporteert hoe het klimaat in Nederland steeds sneller verandert. De nieuwste inzichten...

    25 oktober 2021 - Klimaatbericht
  2. Ook hogerop wordt het warmer

    Oorspronkelijk werd eventuele klimaatverandering vooral bediscussieerd met waarnemingen aan de gr...

    21 oktober 2021 - Klimaatbericht
  3. Water vraagt meer ruimte in stad van de toekomst

    Nu met de herfst het natste seizoen van het jaar is aangebroken, zien we de straten weer vaker on...

    19 oktober 2021 - Klimaatbericht
  4. KNMI-klimaatwetenschapper Geert Jan van Oldenborgh overleden

    Geert Jan van Oldenborgh (59) is dinsdag 12 oktober overleden. De bijdrage van Geert Jan aan de k...

    14 oktober 2021 - Klimaatbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten