Uitleg over

Seismische meetstations

Het KNMI heeft verspreid over Nederland verschillende soorten seismische meetstations staan. Ze meten aardbevingen met een magnitude groter dan 1,5.

Seismische meetstations

Seismische meetstations meten 24 uur per dag trillingen in de aardkost. Ze staan zo opgesteld dat alle aardbevingen met een magnitude groter dan 1,5 zeker worden gemeten en zoveel mogelijk kleinere ook. Afhankelijk van de structuur van de ondergrond worden de instrumenten aan het oppervlak (versnellingsmeters) of dieper in de grond geplaatst (boorgatmeters).

Oppervlaktemeters

Het KNMI heeft in Limburg en Brabant oppervlakteseismometers opgesteld. Deze meten de natuurlijke seismiciteit in Nederland, die voornamelijk in deze provincies plaatsvindt. De bodemruis is hier laag en de meeste aardbevingen vinden plaats op meer dan tien kilometer diepte. Hierdoor zijn de aardbevingen goed waar te nemen met apparatuur aan het oppervlak. Het meest gebruikte en bekendste meetstation van het KNMI staat in de Heimansgroeve in het Geuldal.

Station Heimansgroeve

In 1993 is het ondergrondse seismische station Heimansgroeve (HGN) in het rustige Geuldal bij de Heimansgroeve gebouwd en in gebruik genomen. Het ruim zeven meter diepe gebouw is gefundeerd op het harde Carboongesteente. De registraties ondervinden zo weinig hinder van bodemruis, zoals wind en verkeer. Station HGN maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van seismometers waarvan de gegevens worden uitgewisseld met internationale seismologische centra.

Netwerk van boorgatmeters

Sinds 1986 kent Noord-Nederland geïnduceerde bevingen, veroorzaakt door gaswinning. Dit zijn relatief kleine bevingen die ondiep plaatsvinden. In 1991 is bij Finsterwolde een boorgat van 300 meter diep gemaakt en in gebruik genomen. In dit boorgat zijn op verschillende dieptes (0, 75, 150, 225 en 300 meter) geofoons geïnstalleerd. Geofoons registreren trillingen in drie richtingen, één verticaal en twee horizontaal. Vanwege het succes van het boorgat bij Finsterwolde, is het meetnetwerk in Noord-Nederland sterk uitgebreid.

Netwerk van versnellingsmeters

Omdat de aardbevingen in Noord-Nederland zo ondiep plaatsvinden, zijn ze vanaf een magnitude van 2.0 duidelijk voelbaar. Het KNMI houdt regelmatig enquêtes onder de bevolking om een nauwkeurig beeld te krijgen van het epicentrum en de gevolgen.

Versnellingsmeters vullen deze gegevens verder aan door de versnelling van de bodem in het epicentrale gebied te meten. Hiermee wordt de relatie tussen de intensiteit van de beving (dat wat mensen voelen) en de daadwerkelijke bodemversnelling onderzocht. Sinds eind 1996 heeft het KNMI twaalf versnellingsmeters in Noord-Nederland en acht in Zuid-Nederland geplaatst.

Historie

Het KNMI maakt deel uit van de groep van instituten in de wereld die al in een vroeg stadium met seismometers aardbevingen registreerden. De eerste seismometers in Nederland zijn in 1904 in De Bilt geplaatst. Tegenwoordig registreren zo’n tachtig seismische meetstations trillingen in de Nederlandse bodem.

Caribisch Nederland

Het KNMI is ook verantwoordelijk voor de meetstations op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De seismologische taken zijn uitbesteed aan Meteo Curaçao.

Meer uitleg over

  • Oplating van een radiosonde in De Bilt door Kees Smith van het KNMI. Rechts op de foto zien we de ballon met de parachute waarmee de sonde (het kastje links) uiteindelijk omlaag komt (foto KNMI)

    Weerballon of radiosonde

    Elke nacht om 00:00 uur (UT) wordt vanaf het waarneemterrein van het KNMI in De Bilt een weerballon opgelaten. Ze registreren gegevens van de bovenlucht.
  • Charles Richter

    Magnitudeschalen

    De magnitudeschaal van Richter geeft de kracht van aardbevingen weer. De intensiteitsschaal van Mercalli richt zich op de gevolgen.
Niet gevonden wat u zocht? Alle uitleg over