Uitleg over

Seismische meetstations

Het KNMI heeft verspreid over Nederland verschillende soorten seismische meetstations staan. Ze meten aardbevingen met een magnitude groter dan 1,5 en zoveel mogelijk kleinere ook.

Seismische meetstations meten 24 uur per dag trillingen in de aardkost. Ze staan zo opgesteld dat alle aardbevingen met een magnitude groter dan 1,5 zeker worden gemeten en zoveel mogelijk kleinere ook. Afhankelijk van de structuur van de ondergrond worden de instrumenten aan het oppervlak (versnellingsmeters) of dieper in de grond geplaatst (boorgatmeters).

Bij het Groningen-gasveld staan 24 versnellingsmeters, 70 boorgatstations met daarbij versnellingsmeters en geofoons en 8 boorgatstations met alleen geofoons zoals bij Finsterwolde. Noord-Holland telt 4 boorgatstations en 3 versnellingsmeters, zoals bij Alkmaar. Twente heeft 7 boorgatstations met ook versnellingsmeters en geofoons. En in Zuid-Nederland zijn er 8 breedbandstations, onder andere in de Heimansgroeve en Valkenburg, en staat er nog een breedbandstation in Winterswijk. Bekijk het overzicht van alle seismische stations van het KNMI en de laatste stand van zaken.

Oppervlaktemeters

Het KNMI heeft in Limburg en Brabant oppervlakteseismometers opgesteld. Deze meten de natuurlijke seismiciteit in Nederland, die voornamelijk in deze provincies plaatsvindt. De bodemruis is hier laag en de meeste aardbevingen vinden plaats op meer dan 10 kilometer diepte. Hierdoor zijn de aardbevingen goed waar te nemen met apparatuur aan het oppervlak. Het meest gebruikte en bekendste meetstation van het KNMI staat in de Heimansgroeve in het Geuldal.

Meetstation Heimansgroeve

In 1993 is het ondergrondse seismische station Heimansgroeve (HGN) in het rustige Geuldal bij de Heimansgroeve gebouwd en in gebruik genomen. Het ruim 7 meter diepe gebouw is gefundeerd op het harde Carboongesteente. De registraties ondervinden zo weinig hinder van bodemruis, zoals wind en verkeer. Station HGN maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van seismometers waarvan de gegevens worden uitgewisseld met internationale seismologische centra.

Netwerk van boorgatmeters

Sinds 1986 kent Noord-Nederland geïnduceerde bevingen, veroorzaakt door gaswinning. Dit zijn relatief kleine bevingen die ondiep plaatsvinden. In 1991 is bij Finsterwolde een boorgat (zgn borehole) van 300 meter diep gemaakt en in gebruik genomen. In dit boorgat zijn op verschillende dieptes geofoons geïnstalleerd. Geofoons (meestal op dieptes van 50, 100, 150 en 200 meter) registreren trillingen in drie richtingen, één verticaal en twee horizontaal. Vanwege het succes van het boorgat bij Finsterwolde, is het meetnetwerk in Noord-Nederland sterk uitgebreid.

Boorgatstation
Voorbeeld van een boorgatstation in het veld. In de kast een versnellingsmeter en meetapparatuur. Daaronder in het boorgat enkele geofoons.
Boorgatstation
Een boorgatstation; in rechtse deel de gps-antenne (wit bolletje) voor de satelliettijd, data recorder, router voor dsl-verbinding en een accu (grijze kast). Linkerdeel van kast is van energiemaatschappij. Versnellingsmeter staat onderaan (dicht gedeelte)
Geofoon
Een geofoon, zoals die in de grond zit. In bijna alle gevallen zijn er per locatie 4 geofoons geïnstalleerd, op elke 50 meter (dus tot 200 meter diep).

Netwerk van versnellingsmeters

Omdat de aardbevingen in Noord-Nederland zo ondiep plaatsvinden, zijn ze vanaf een magnitude van 2,0 duidelijk voelbaar. Het KNMI houdt regelmatig enquêtes onder de bevolking om een nauwkeurig beeld te krijgen van het epicentrum en de gevolgen.

Versnellingsmeters (zgn accelerometers) vullen deze gegevens verder aan door de versnelling van de bodem in het epicentrale gebied te meten. Hiermee wordt de relatie tussen de intensiteit van de beving, dat wat mensen voelen, en de daadwerkelijke bodemversnelling onderzocht. Sinds eind 1996 heeft het KNMI versnellingsmeters in Noord-Nederland en in Zuid-Nederland geplaatst.

Een versnellingsmeter/accelerometer
Voorbeeld van een versnellingsmeter/accelerometer. Type EpiSensor.
Datarecorder
Bovenop de versnellingsmeter komt vaak een bak ter bescherming. Daarbovenop komt een bak met daarin de data recorder en communicatie hardware (router en dergelijke).

Historie

Het KNMI maakt deel uit van de groep van instituten in de wereld die al in een vroeg stadium met seismometers aardbevingen registreerden. De eerste seismometers in Nederland zijn in 1904 in De Bilt geplaatst. Tegenwoordig registreren ruim honderd seismische meetstations trillingen in de Nederlandse bodem. 

Caribisch Nederland

Het KNMI is ook verantwoordelijk voor de meetstations op Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Er staan in totaal 9 breedbandstations op de eilanden.

Meer uitleg over

  • Aantal bliksemontladingen op 20 augustus 2009 ©KNMI

    Bliksemmetingen

    Onweer kan variëren in activiteit. Soms blijft het bij een enkele ontlading, maar vooral een zomers onweer kan heftig zijn.
  • De windsnelheid wordt gemeten met een anemometer (Bron: Jannes Wiersema)

    Windmetingen

    De wind wordt gemeten op een mast met een anemometer. Dit instrument is in 1846 geïntroduceerd door de Ierse astronoom Thomas Romney Robinson (1792-1882).
Niet gevonden wat u zocht? Zoek in alle uitleg over