Militairen helpen met irrigatie
Foto: Martin Rotman

Een zomer om nooit te vergeten, 50 jaar na de hitte en droogte van 1976

15 juni 2026

De zomer van 1976 staat, vijftig jaar later, nog altijd dik gedrukt in de meteorologische recordboeken. De combinatie van een uitzonderlijk lange hittegolf (17 dagen, van 23 juni tot en met 9 juli, met 10 tropische dagen) en een historisch neerslagtekort maakt dit jaar tot een cruciaal onderwerp van klimaatonderzoek, zeker nu het klimaat steeds warmer wordt. Hoe lang blijven zulke records staan, en waar moeten we ons in het huidige klimaat op voorbereiden?

Aanloop en omvang van de droogte

De droogte begon al in 1975 met een aanzienlijk neerslagtekort, en zette in het voorjaar van 1976 stevig door onder invloed van hardnekkige hogedrukgebieden boven West-Europa. Nederland ontving gemiddeld slechts 528 mm neerslag (normaal: 772 mm); Zeeland kreeg tussen maart en augustus bijna 60% minder dan gebruikelijk. Het KNMI schatte dat er landelijk 17 procent meer water verdampte dan normaal, met lokale uitschieters tot 21 procent. Het neerslagtekort bereikte op zijn hoogtepunt 361 millimeter, een niveau dat sindsdien niet meer is gehaald (afbeelding 1).
De effecten waren ingrijpend: verdorde akkers, massale vissterfte in opgewarmde rivieren, en meer dan twee miljoen bomen die het niet overleefden. Het leger werd ingezet voor irrigatie, en in sommige regio’s werd drinkwater op rantsoen gesteld. De droogte trof heel West-Europa: ook het Verenigd Koninkrijk kampte met een van de ergste droogtes in eeuwen en riep een speciale noodwet (de Drought Act) in werking, terwijl op sommige plaatsen maandenlang geen druppel regen viel.

Afbeelding 1. Landelijk neerslagtekort van april tot en met september voor recordjaar 1976 (rood), de 5 procent droogste jaren in 1906-2025 (groen), het maximum (oranje) en het huidige jaar 2026. ©KNMI.

Hoe uitzonderlijk was de hitte?

De hittegolf van 1976 was vooral bijzonder door zijn duur en intensiteit. In De Bilt duurde de hittegolf 17 dagen, met 10 tropische dagen (maximumtemperatuur boven 30°C) nog altijd een van de langste hittegolven in de Nederlandse meetreeks. De hoogste gemeten temperatuur dat jaar bedroeg 34,9°C. Opmerkelijk is bovendien dat 1976 het record van de vroegste tropische dag houdt: al op 9 mei bereikte De Bilt de 30°C, en 1976 telt tevens de meeste tropische dagen van enig jaar (14 in totaal, inclusief die vroege meidag, afbeelding 2).
Nederlandse zomers zijn gemiddeld zo’n 2°C warmer geworden. Die opwarming maakt de intensiteit van de hitte uit 1976 op seizoensschaal inmiddels niet meer uitzonderlijk (afbeelding 3). Wat wél opvalt, is de duur: de lengte van de hittegolf en het totale aantal tropische dagen behoren nog steeds tot de extremen. Dat benadrukt hoe bijzonder de atmosferische omstandigheden van 1976 waren en laat zien dat dezelfde weerssituatie in het huidige klimaat tot nóg hogere temperaturen zou leiden.

Lijngrafieken van de gemiddelde zomertemperatuur en het aantal tropisch dagen per jaar in De Bilt van 1906 tot 2026
Afbeelding 2. Gemiddelde zomertemperatuur (links)en het aantal tropische dagen in De Bilt (rechts). ©KNMI.
kaartjes van Europa met de temperatuur en neerslag in kleur van de hete, droge zomers van 1976, 2003, 2018 en 2022
Afbeelding 3. Temperatuur en neerslag van hete, droge zomers uit het verleden als afwijking van het gemiddelde over de periode 1961-1990. Data: E-OBS, ©KNMI.

De gezondheidseffecten van langdurige hitte zijn aanzienlijk, al zijn hittedoden historisch moeilijk te registreren omdat overlijdens vaak worden genoteerd als hartaanval of longfalen zonder de hitte als oorzaak te vermelden. Ter vergelijking: tijdens de hittegolven van 2003 en 2006 overleden in Nederland elk meer dan 1.000 mensen extra ten gevolge van warmte, en in de hittegolf van juli 2019, met een nationaal record van 40,7°C, stierven in één week circa 400 extra mensen. Een herhaling van de langdurige omstandigheden van 1976 in het huidige klimaat zou daarmee een groter gezondheidsrisico vormen dan destijds.

1976 als referentiedroogte

Het neerslagtekort van 1976 (361 mm op het hoogtepunt) is sindsdien niet meer gehaald, en de KNMI-droogtemonitor gebruikt de lijn van 1976 dan ook nog altijd als referentie. Toch hebben de jaren 2018–2020 laten zien dat ernstige droogte structureel terugkeert: drie opeenvolgende droge lentes en zomers, onvoldoende aanvulling van grondwaterreserves in de tussenliggende winters, en zwaar onder druk staande grondwaterafhankelijke natuurgebieden. De economische schade van de droogte van 2018 alleen al werd geraamd op 450 tot 2.080 miljoen euro voor landbouw, scheepvaart en waterbeheer. Ook de zomers van 2022 en 2025 waren duidelijk droog.
De KNMI’23-klimaatscenario’s zijn helder: in alle vier de scenario’s worden de Nederlandse zomers droger, waarbij de verdamping sterker toeneemt dan de neerslag afneemt. In het droogste scenario (Hd) is een gemiddelde zomer in de toekomst ongeveer even droog als een extreme droge zomer nu. Droogte blijft daarmee een van de grootste uitdagingen voor waterbeheer.

Het weer van 1976 in een warmer klimaat

Met het RACMO-klimaatmodel is de zomer van 1976 gereconstrueerd en doorgerekend in een 3°C warmer achtergrondklimaat. De uitkomsten: de originele hittegolf duurt langer en er ontstaat een tweede langdurige hittegolf later in de zomer (afbeelding 4). Het aantal tropische dagen neemt sterk toe, van 12 naar 34. Historisch gezien komen er gemiddeld per graad opwarming 2 tropische dagen bij, maar in een abnormaal warm jaar als 1976 ligt dat aantal veel hoger.

De temperatuurstijging is het sterkst aan het einde van het seizoen, doordat verder uitgedroogde bodems de opwarming versterken, een terugkoppeling die ook typerend is voor hete zomers in Zuid-Europa. Door minder neerslag en sterkere verdamping in het voorjaar neemt ook de waterstress voor planten en bomen fors toe.

Afbeelding 4. Maximumtemperatuur (boven), bodemvocht index (midden) en waterstress voor planten en bomen (onder) in De Bilt volgens het RACMO klimaatmodel in 1976 (blauw) en bij een wereldwijde opwarming van 3 graden (rood). Het gemiddelde over 1961-1990 is weergegeven in het zwart. Het aantal tropische dagen neemt sterk toe, de bodem droogt verder uit en de waterstress voor bomen en planten neemt sterk toe.

Voorbereid op weersextremen

De zomer van 1976 laat zien dat weersextremen van alle tijden zijn, maar klimaatverandering maakt ze ingrijpender. Aanpassing vraagt om zowel fysieke maatregelen (hogere dijken, ruimte voor de rivier, meer groen in steden) als gedragsverandering. Betere informatievoorziening via de nieuwe hittekracht-index en tijdige weerwaarschuwingen helpt mensen zich voor te bereiden. De vraag is niet óf we met weersextremen te maken krijgen, maar hoe goed we daarop voorbereid zijn.


KNMI-klimaatbericht door Karin van der Wiel en Frank Selten

Recente nieuws- en klimaatberichten

  1. Aantal dagen met zware neerslag toegenomen door hogere temperaturen

    Zware neerslag komt in Nederland steeds vaker voor. Komt dat doordat buien meer regen geven, of d...

    10 juni 2026 - Klimaatbericht
  2. Extra zeespiegelstijging langs de Nederlandse kust als de AMOC stilvalt

    Klimaatmodellen laten een verzwakking van de Atlantische oceaanstroming (AMOC) zien door de opwar...

    08 juni 2026 - Klimaatbericht
  3. Nieuwe index hittekracht in de KNMI-app

    Hittekracht laat zien hoe zwaar hitte kan aanvoelen. De nieuwe index - vanaf vandaag in de KNMI-a...

    02 juni 2026 - Nieuwsbericht
  4. Metingen van zwaartegolven kunnen helpen weermodellen verbeteren

    Golven komen niet alleen voor in water, maar ook in de lucht. De bekende streeppatronen hoog in d...

    02 juni 2026 - Nieuwsbericht
Toon alle nieuws- en klimaatberichten