illustratie windstoten
©KNMI

Windstoten en storm

Windstoten zijn kortdurende rukwinden of windvlagen van minstens 50 kilometer per uur. Vanaf 75 kilometer per uur spreken we van zware windstoten en vanaf windkracht 9 spreken we van storm.

Risico's en advies bij zware windstoten en storm

Mens en dier

Wat kan ik doen?
  • Er is kans op schade, overlast en ongelukken door het afbreken van boomtakken en rondvliegende voorwerpen zoals dakpannen of tuinmeubels. Bel hulpdiensten alleen bij acuut gevaar.  

  • Pas op bij open water en bruggen. Hier waait het extra hard.

  • Doe geen buitenactiviteiten, vooral niet in het bos.

  • Doe ramen en deuren dicht en zet losse spullen vast zoals tuinmeubels en afvalcontainers.

  • Ga niet de weg op met een auto met aanhanger of caravan of met een vrachtwagen.

Mens en dier

Wat kan ik doen?
  • Stel je reis uit als het kan. En ga niet het water op.

  • Zeer zware windstoten zijn gevaarlijk voor al het verkeer. Zeker voor fietsers, vrachtwagens en auto's met aanhanger of caravan.

  • Houd rekening met vertragingen op de weg en in het openbaar vervoer. Bekijk voor vertrek de actuele situatie op rwsverkeersinfo.nl. Of kijk op een van de reisplanners voor de trein, tram of bus.

  • Doe ramen en deuren dicht en zet losse spullen vast zoals tuinmeubels en afvalcontainers.

  • Er is grote kans op schade, overlast en ongelukken door het omwaaien van bomen en rondvliegende voorwerpen zoals dakpannen. Bel hulpdiensten alleen bij acuut gevaar. 

Mens en dier

Wat kan ik doen?
  • Blijf binnen.

  • Er is grote kans op levensgevaarlijke situaties door het omwaaien van bomen en rondvliegende voorwerpen zoals dakpannen. Bel hulpdiensten alleen bij acuut gevaar.  

  • Houd rekening met grote overlast op de weg en in het openbaar vervoer.

  • Volg opdrachten op van de overheid en hulpdiensten.

Wanneer waarschuwen we voor zware windstoten?

Het KNMI kan waarschuwen voor zware windstoten aan de hand van meteorologische richtlijnen en impact. Bij alle waarschuwingen is de verwachte impact leidend. De mate waarin het weer een risico is, bepaalt of het KNMI code geel, oranje of rood uitgeeft. Lees meer over hoe de waarschuwingen van het KNMI tot stand komen. Ook interessant: waarom waarschuwt het KNMI en wat betekenen de kleurcodes? 

Code geel Code oranje en code rood
Vanaf 75 km per uur
Uitzondering: in het winterhalfjaar aan de kust vanaf 90 km per uur 
Vanaf 100 km per uur
Uitzondering: in het winterhalfjaar aan de kust vanaf 120 km per uur


Uitleg over windstoten

De wind waait bijna nooit met dezelfde snelheid of uit dezelfde richting. Bereikt een windvlaag een snelheid van minstens 50 kilometer per uur, dan noemen we dat een windstoot. Zodra de windstoten snelheden van boven de 75 kilometer per uur bereiken, spreken we van zware windstoten. Windvlagen van meer dan 100 kilometer per uur zijn zeer zware windstoten.

Hele jaar windstoten

Windstoten kunnen het hele jaar voorkomen. In de winter komen ze voor bij stormachtig weer en storm. Het hele jaar door komen windstoten vooral voor tijdens (onweers)buien. Met warm, zonnig en droog zomerweer zijn mensen vaak niet voorbereid op het omslaan van het weer. En bomen staan dan vol in blad, waardoor ze veel wind vangen en takken gemakkelijk kunnen afbreken.

Uitleg over storm

Vanaf windkracht 9 spreken we van storm, om precies te zijn als de gemiddelde windsnelheid minstens 1 uur gelijk is aan windkracht 9. Het KNMI gaat uit van storm als een uurgemiddelde windsnelheid tussen 75 en 88 kilometer per uur (20,8 - 24,4 meter per seconde) gemeten wordt. Volgens de windschaal van Beaufort is er sprake van storm als er een 10 minuut gemiddelde windsnelheid tussen 75 en 88 km/u gemeten wordt. 

Een zware storm bereikt windkracht 10 en een en zeer zware storm windkracht 11. Windkracht 12 staat voor een orkaan, dit komt in ons land bijna nooit voor. Alle stormen in Nederland vanaf windkracht 10 zijn te vinden in de lijst met zware stormen sinds 1910.

Meeste gevolgen door windstoten en niet door windkracht

De meeste schade hangt samen met de windstoten die zich bij een storm voordoen. Daarom waarschuwen we voor zware windstoten in plaats van voor windkracht. De windsnelheid ligt in korte windvlagen in het algemeen enkele tientallen kilometers per uur hoger dan de gemiddelden. Windstoten worden niet benoemd in eenheden van de schaal van Beaufort maar in kilometers per uur, meters per seconde of voor de scheepvaart in knopen. Een knoop is ongeveer een halve meter per seconde.

Kust en binnenland

De hoogste windsnelheden worden over het algemeen langs de kust bereikt, waar de wind weinig geremd wordt door obstakels en wrijving met het aardoppervlak. Stormen komen aan zee vaker voor dan in het binnenland. In Vlissingen stormt het meerdere keren per jaar. In De Bilt stormt het eens in de zeventig jaar met windkracht 9. Windkracht 10, een zware storm, is boven land zeldzaam.

Stormgetal als indicatie voor zwaarte 

Voor iedere storm sinds 1970 heeft het KNMI bepaald hoe bijzonder die is in de vorm van het ‘stormgetal’. Dit getal geeft een indruk voor de zwaarte van de windstoten tijdens een storm, gemiddeld over Nederland. Het stormgetal wordt hoger als op meer KNMI-stations in Nederland zeer zware windstoten worden gemeten. De gemeten windstoten worden op ieder station vergeleken met de voor die plek geldende herhalingstijden van zulke stoten. Een windstoot van 100 km per uur aan zee zal daardoor minder meewegen in de berekening dan een stoot van 100 km/uur ver in het binnenland. 

Winter- en zomerstormen

Het stormseizoen begint in september. De eerste storm komt vaak in november langs. Stormen in het zomerhalfjaar (april tot en met september) noemen we zomerstormen. Zomerstormen komen niet zo vaak voor, dit in tegenstelling tot stormen in het winterhalfjaar (oktober tot en met maart). Een zomerstorm is door de kleinere verschillen in de temperatuur vaak minder zwaar en duurt korter dan een winterstorm. Ze leveren vaak wel meer problemen op. Zomerstormen zijn klein en kunnen in vrij korte tijd ontstaan. En vooral het verkeer en buitenactiviteiten, in het bijzonder op het water, in de problemen brengen. Bomen staan vol in blad en kunnen de wind moeilijker aan, vooral als het hevig regent. 

Naamgeving van stormen

Stormen waarvoor het KNMI een code oranje of rood voor windstoten uitgeeft, krijgen sinds 2019 een naam. In uitzonderlijke gevallen kan een storm ook bij code geel een naam krijgen. Voor de scheepvaart en voor de kust en Noordzeedistricten geven we aparte stormwaarschuwingen uit. 

Ontstaan stormdepressie

Grote tegenstellingen in temperatuur in de atmosfeer zijn meestal de oorzaak van stormdepressies. Vandaar dat de zwaarste stormen meestal in het winterhalfjaar voorkomen, van oktober tot en met maart. Op het noordelijk halfrond wordt het in het noorden snel kouder terwijl het in het zuiden nog nazomert. Dit leidt tot grote tegenstellingen in temperatuur over korte afstanden. Er ontstaat vaak een krachtige straalstroom, een storm op zo’n 10 kilometer hoogte, waarmee de ene depressie na de andere onze kant op komt. Als de atmosfeer onrustig is, komen stormen vaak kort na elkaar.

Meer uitleg over

  • ©KNMI

    Onweersbuien

    Bij onweersbuien kunnen windstoten, zware regen of hagel voorkomen. Onweer kan ook samengaan met valwinden en windhozen.
  • illustratie regen

    Zware regen

    Zware regen in korte tijd kan leiden tot wateroverlast of overstromingen. Ook in het verkeer kan veel neerslag voor problemen zorgen.