De afgelopen twee weken was het zonnig en fris onder invloed van een hogedrukgebied boven Scandinavië. Dat was deze winter en met name in februari wel anders. Het stormde en de regen kwam regelmatig met bakken uit loodgrijze luchten. Zo bereikte Ciara ons land, de eerste storm met een naam. Tot niemands verrassing was de temperatuur veel te mild, geholpen door de opwarming van de aarde.
De gegevens van de KNMI-meetmast in Cabauw (figuur 1) bevestigen dat de wind in februari bovengemiddeld sterk was; we moeten helemaal terug tot 2002 of 1990 om een vergelijkbare februarimaand te vinden. Doordat op grote hoogte een sterke straalstroom aanwezig was, was het een komen en gaan van lagedrukgebieden in onze regio. De gemiddelde drukverdeling laat wat dat betreft niets aan de verbeelding over: over de gehele Noord-Atlantische Oceaan en Scandinavië was de luchtdruk tot wel ruim 20 hPa lager dan normaal.
Figuur 2 toont de Noord-Atlantische Oscillatie (NAO)-index voor de winters sinds 1950. Deze index meet het verschil in luchtdruk tussen Gibraltar en Stykkisholmur (IJsland). Het luchtdrukpatroon dat erbij hoort, lijkt erg op dat van afgelopen februari. Afgelopen winter was de NAO-index sterk positief. Dit betekent dat er een groot noord-zuid luchtdrukverschil over de Noord-Atlantische oceaan was, dat gepaard ging met veel en vaak westenwind. Hierdoor was het in een groot deel van Noord Europa milder en natter dan gemiddeld. Ook in Nederland, alhoewel je in figuur 2 direct ziet dat het verband tussen de NAO-index en de temperatuur of neerslag in Nederland verre van perfect is. Om bij ons meer impact te hebben zou het patroon eigenlijk verder oostelijk moeten liggen. De afgelopen twee weken vormden een goed tegenvoorbeeld, waarin noordoostenwind bij ons gepaard ging met een positieve NAO-index, het omgekeerde van wat je zou verwachten.
Temperatuur en winterneerslag zijn de afgelopen vijftig jaar geleidelijk toegenomen. De NAO-index was daarentegen heel variabel, zonder duidelijke trend. Verder oostwaarts zien we wel een trend in de luchtdruk in de winter: een afname boven Scandinavië en een toename boven de Middellandse Zee (figuur 3). Dit patroon geeft bij ons meer westenwind en opwarming, met meer neerslag en minder kans op schaatsweer. Omdat we dit patroon ook terugzien in toekomstprojecties door klimaatmodellen, wordt met deze mogelijkheid ook al rekening gehouden in de KNMI-klimaatscenario’s uit 2014. Klimaatmodellen laten geen toename zien in winterstormen.
KNMI-klimaatbericht door Hylke de Vries en Geert Jan van Oldenborgh
In Nederland kennen we geen nat en droog seizoen, het regent verspreid over het hele jaar. Maar w...
25 maart 2026 - KlimaatberichtHet monitoren van de twee belangrijkste spelers in de stikstofproblematiek, de gassen ammoniak (N...
24 maart 2026 - Klimaatbericht“Vandaag waarnemen, morgen beschermen.” Dat is het thema van de Wereld Meteorologische Dag 2026, ...
23 maart 2026 - NieuwsberichtSinds enkele decennia neemt de totale ijsmassa van Antarctica sterk af. Dit komt voornamelijk doo...
19 maart 2026 - Klimaatbericht