Achtergrond

Klimaatkennis paraat in 10 vragen

Van 30 november tot 11 december is de VN-klimaattop (COP21) in Parijs. Hoe zat het ook al weer met klimaatverandering? Tien antwoorden om snel klimaatkennis paraat te hebben.

1. Is de Aarde opgewarmd?

Het is vastgesteld dat sinds de industriële revolutie de aarde opwarmt, het land- en zee-ijs smelt en de zeespiegel stijgt. Wereldwijd is het 1 graad warmer dan rond 1750. In Nederland zelfs 1,7 graad. De gevolgen van de opwarming zijn nu al merkbaar. Hittegolven, droogte, overstromingen, schade aan ecosystemen, bedreiging van de voedselproductie en schade aan de gezondheid worden naar verwachting in de toekomst heviger bij een stijgende wereldgemiddelde temperatuur.
Klimaatverandering is van alle tijden. Zo heeft de Aarde door de eeuwen heen zeer warme perioden maar ook ijstijden gekend. Alleen de snelheid waarmee de energiehuishouding van het klimaatsysteem wordt verstoord door de toename van broeikasgassen, is echter ongeëvenaard.

2. Wat is de oorzaak van CO2-toename?

De concentratie CO2 is met 40 procent toegenomen sinds de industriële revolutie. Deze toename van CO2 is veroorzaakt door menselijke activiteiten. Zo komt meer dan de helft van de broeikasgassen in Nederland vrij bij productie van goederen en opwekken van energie. Eenvijfde komt door verkeer en vervoer. Daarnaast zorgt het verwarmen en koelen van gebouwen voor CO2. Bij landbouw komt naast CO2 via mest ook methaan en lachgas vrij. Dit zijn sterkere broeikasgassen dan CO2. Afval storten zorgt tevens voor methaanuitstoot.
Het is dus wenselijk de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. De afspraken van de Klimaattop in Parijs (COP21) zijn hier op gericht.

Bron: KNMI / Jannes Wiersema

3. Wat betekent CO2-toename voor wereldtemperatuur?

Als het zo doorgaat ligt de temperatuur aan het eind van deze eeuw 3,2 tot 5,4 graden hoger dan het pre-industriële niveau. Ook als we morgen zouden kunnen stoppen met de CO2-uitstoot blijft de temperatuur enkele decennia stijgen vanwege vertragende factoren in het klimaat. Zo hebben de oceanen een deel van de warmte opgenomen maar die warmte zal weer in de atmosfeer terugkeren. Daarnaast werken aërosolen (fijnstof zoals roet) verkoelend als filter tegen de zon. Maar die verkoelende werking is moeilijk in te schatten. Per saldo overheerst de opwarming.

Over de precieze invloed van broeikasgassen op de wereldgemiddelde temperatuur is nog onzekerheid omdat we nog niet exact weten hoe processen in het klimaatsysteem op elkaar inwerken. Het waarschijnlijke effect van een verdubbeling van de CO2-concentratie op de temperatuur ( klimaatgevoeligheid) ligt tussen 1,5 en 4,5 graden.

4. Hoe snel neemt de wereldwijde CO2-uitstoot toe?

De verdubbelingstijd van de CO2-uitstoot bedraagt ongeveer 35 jaar. In 1970 werd rond de  vijftien gigaton CO2 uitgestoten, terwijl dat in 2005 verdubbeld was tot dertig gigaton CO2. Aangezien het eeuwen duurt voordat CO2 verdwijnt, bouwt de uitgestoten CO2 zich op. In 1975 bedroeg de totale opgebouwde uitstoot sinds het begin van het industriële tijdperk (rond 1750) zo’n duizend gigaton CO2. In 2010 was dit verdubbeld tot tweeduizend gigaton.

Om de twee-gradendoelstelling te halen, mag niet meer dan duizend gigaton CO2 in de toekomst worden uitgestoten. Wanneer geen maatregelen genomen worden, zal deze hoeveelheid over twintig jaar bereikt worden.

Bron: IenM / Ton Poortvliet

5. Waar komt de twee-gradendoelstelling vandaan?

Op de klimaattop in Cancun in 2010 is voor het eerst afgesproken om de wereldtemperatuur niet verder te laten stijgen dan twee graden ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Dit is een politieke keuze. Wetenschappers vinden de gevolgen van twee graden opwarming al gevaarlijk.
Vanuit wetenschappelijk oogpunt is het lastig om te bepalen bij welke temperatuurstijging sprake zal zijn van een gevaarlijke verandering. De gevolgen van klimaatverandering en de bijbehorende risico’s nemen toe met iedere graad temperatuurstijging.

Bij de huidige opwarming van één graad sinds 1750 zijn er al nadelige gevolgen voor tropische gebieden. Vaak treft het landen die al kwetsbaar zijn. Bij één graad opwarming smelt er al meer ijs op Noord- en Zuidpool waardoor zeespiegel stijgt. De verminderde reflectie van zonlicht door minder sneeuw en ijs versterkt de klimaatverandering. In Canada en Siberië echter biedt een graad opwarming voordelen voor landbouw. Maar boven de twee graden lijken wereldwijd de nadelen te overheersen.

6. Is de twee-gradendoelstelling haalbaar?

Om de twee-gradendoelstelling te halen, moeten landen samen afspreken om de uitstoot in 2030 wereldwijd te beperken tot het niveau van 2010. Daarna moet de CO2-uitstoot jaarlijks met drie tot vijf procent dalen. In aanloop naar de klimaattop in Parijs zijn landen gevraagd om de nationale reductieplannen in te dienen bij de UNFCCC. Dit worden de Intended Nationally Determined Contributions (INDC’s), ook wel pledges genoemd. De tot nu toe ingediende pledges zijn onvoldoende om de twee-gradendoelstelling te halen. Zoals het er nu naar uitziet, komen we aan het einde van deze eeuw eerder uit op een temperatuurstijging van drie graden ten opzichte van het pre-industriële niveau.

Toename van de temperatuur in hittegolven in Nederland aan het eind van deze eeuw als de twee-gradendoelstelling wordt gehaald is ongeveer 2 graden (links). Zonder emissiebeperkende maatregelen wordt dat fors meer (rechts).

7. Moeten we ons aanpassen?

Ook al zouden we morgen stoppen met de uitstoot van broeikasgassen, dan nog stijgt de temperatuur deze eeuw. Zo’n 93 procent van de extra warmte door het versterkt broeikaseffect wordt door de oceaan opgenomen. Dit zorgt voor een naijl-effect. Aanpassen aan de veranderende omstandigheden zoals een stijgende zeespiegel, verandering van neerslagpatronen en extremer weer is onvermijdelijk. Hoe meer we erin slagen om de uitstoot van CO2 te beperken (mitigatie), des te minder kosten er gemaakt hoeven te worden aan de aanpassingen aan klimaatverandering (adaptatie).

8. Hoe maken we Nederland klimaatbestendig?

Nederland is een deltaland en daardoor kwetsbaar. Circa 60 procent van ons land is gevoelig voor overstromingen vanuit zee en door extreem hoogwater in de rivieren. Met het Deltaprogramma bereidt Nederland zich voor op de toekomstige klimaatverandering. Het gaat hierbij om waterveiligheid, zoetwaterproblematiek en de ruimtelijke inrichting van Nederland.

Sinds 2012 zijn de risico’s voor zeven sectoren in kaart gebracht voor de Nationale Adaptatie Strategie: Energie, ICT, transport, gezondheid, natuur, landbouw en visserij. De grootste risico’s zijn gerelateerd aan extreem weer. Daarnaast is onderzocht welke invloed klimaatverandering elders in de wereld heeft op de Nederlandse economie, voedselvoorziening en migratiestromen.

9. Wat is de rol van het KNMI?

Het KNMI meet het weer en doet aan klimaatonderzoek. Het is betrokken bij Europees onderzoek en staat aan de lat van de verbetering van de oceaan- en stralingsmodules in klimaatmodellen. Het KNMI ontwikkelt klimaatscenario’s die worden gebruikt voor studies naar de effecten van klimaatverandering en adaptatie aan die verandering.

10. Wat kan Nederland de komende 50 jaar verwachten?

Met de KNMI’14 Klimaatscenario’s heeft het KNMI op basis van de nieuwste berekeningen en inzichten de gevolgen van klimaatverandering in kaart gebracht. Het globale beeld van de KNMI’14 Klimaatscenario’s: Nederland krijgt de komende eeuw te maken met gemiddeld hogere temperaturen, veranderende neerslagpatronen en een stijgende zeespiegel. De kans op hittegolven in de zomer neemt toe en neerslagextremen zullen vaker voorkomen. De KNMI Klimaatscenario’s zijn bedoeld als instrument om de gevolgen van de klimaatverandering te berekenen en mogelijkheden en strategieën te ontwikkelen voor adaptatie. Zo zijn organisaties en overheden in staat de klimaatverandering te betrekken bij de besluitvorming over een veilig en duurzaam Nederland in de toekomst.

Niet gevonden wat u zocht? Zoek meer achtergrond artikelen